Rond wintergroen, het kleine plantje dat Aaldrik Pot naar mooie plekken en boeken leidt

zaterdag, 23 mei 2026 (12:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Aaldrik Pot beschrijft hoe twee liefdes samenkomen: zijn verzameling natuurboeken en zijn favoriete planten. In drieënhalve decennium bouwde hij een kast vol werken op, van veldgidsen en monografieën tot filosofische natuurboeken. Uit die stapel steekt één werkstuk er voor hem met kop en schouders bovenuit: de vijfdelige De Nederlandse Oecologische Flora van Eddy Weeda en de gebroeders Westra, die hij in 1994 aanschafte nadat hij bij een sportzaak genoeg had verdiend om de set te betalen.

De band met die flora ontstond tijdens een zomer op Terschelling, waar Pot samen met andere natuurjongeren werkte. Een medevrijwilliger, Diederik, las dagelijks in de Oecoflora en nam Pot mee op excursie; samen vonden ze toen rondbladig wintergroen in een natte duinvallei. Die ontmoeting maakte indruk: de plant werd sindsdien een van zijn favorieten en fungeert voor hem als signaal van rijke natuurplekken. Pot licht toe dat rondbladig wintergroen op meerdere plekken in het noorden voorkomt — bij het Lauwersmeer, op Friese Waddeneilanden, in het Fochteloërveen en in het Drentse Zuidlaardermeergebied — en dat hij het recent nog vond in laag struweel met kruipwilg.

Belangrijker dan vogel- of soortpret kent Pot waardering voor wat de Oecoflora hem leerde: het boek helpt landschap en habitat te lezen. Per soort staat er veel ecologische informatie in: voorkeur voor droogte of natte grond, aanwezigheid van kalk, lichtomstandigheden, en typische leefgemeenschappen of samenlevingen van organismen rondom een plant. Die samenhang maakt natuur waarnemen volgens hem steeds interessanter.

Ook nu verschijnt er nieuw, omvangrijk werk: op 22 mei werd De Drentse flora in beweging gepresenteerd, een even gedegen inventarisatie van veranderingen in dertig jaar Drentse flora. Pot zag er een foto in van de inmiddels 74‑jarige Eddy Weeda, op zijn knieën in nat grasland op zoek naar zeldzame soorten — een beeld dat zijn waardering voor Weeda’s levenswerk onderstreept.

Pot sluit met de constatering dat, ondanks alles wat hij van de Oecoflora leerde, er nog altijd veel te ontdekken en te leren valt. Als boswachter in Drenthe brengt hij in zijn maandelijkse bijdrage zijn liefde voor oude boeken en levende natuur samen.