Roemeense volksdansen: een virtuoos Transsylvaans feestje

donderdag, 1 januari 2026 (09:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Een eenvoudig liedje van een kindermeisje uit Transsylvanië speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van Béla Bartóks muziek: in 1904 hoorde hij in het Slowaakse dorp Grlica de 18‑jarige Lidi Dósa volkswijsjes zingen en begon daarop vanuit Boedapest systematisch veldonderzoek te doen. Met een opnameapparaat verzamelde hij duizenden melodieën uit Zuidoost‑Europa, materiaal dat hij later in zijn eigen, modernere composities verwerkte.

De Zes Roemeense Volksdansen (1915) ontstonden in een periode van twijfel over zijn eigen stijl. Bartók werd gefascineerd door onregelmatige ritmes, atypische toonladders, eenvoudige maar karaktervolle melodieën en de rauwe energie van boerenmuziek; die elementen gaven hem nieuwe inspiratie en hielpen hem zijn creatieve blokkade te doorbreken. Door volksliedjes te combineren met zijn eigentijdse idioom wilde hij aantonen dat Hongaarse volksmuziek méérwaarde had dan stereotype zigeunerstukken.

Het persoonlijke leven van Bartók was complex: hij had meerdere jonge vrouwen als muze en partner in verschillende levensfasen. Culturele en politieke veranderingen troffen hem hard: na 1918 verloor hij zijn geboortegebieden aan Roemenië, tijdens het nazisme werd zijn werk in Duitsland als “entartet” bestempeld, en in 1940 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Hij overleed in 1945 in New York aan leukemie, ondergewaardeerd en financieel berooid.

Hoewel de Zes Roemeense Volksdansen zelf maar ongeveer zeven minuten duren en oorspronkelijk voor piano zijn geschreven (later bewerkt voor andere bezettingen), zijn ze illustratief voor Bartóks etnologische aanpak. Veel van zijn andere werken — zoals het Tweede Vioolconcert, de Strijkkwartetten nr. 3 en 4, en het Concert voor Orkest — behoren tot het kernrepertoire van de klassieke muziek en tonen hoe diepgaand zijn mengeling van volksmateriaal en modernisme was. Een recente uitvoering die die Transsylvaanse flair weergeeft is de liveopname uit 2011 met violiste Patricia Copacinskaia en pianiste Mihaela Ursuleasa.