Rob Jetten komt 16 zetels tekort in Eerste Kamer. Wat nu? Senator Hetty Janssen uit Leeuwarden geeft tips, tricks en een waarschuwing
In dit artikel:
„We hebben een heel sterke onderhandelingspositie”, zegt GroenLinks-PvdA-senator Hetty Janssen uit Leeuwarden over de nieuwe verhoudingen in de Eerste Kamer. Regeringspartijen zijn er nooit zo zwak bijgezeten: VVD, D66 en CDA hebben samen slechts 22 van de 75 zetels, ver weg van een meerderheid. Daardoor kan de GL-PvdA-fractie (14 zetels, binnenkort Progressief Nederland) een doorslaggevende rol spelen bij het aannemen van wetten van het minderheidskabinet.
Janssen, sinds 2023 senator en eerder actief in de Friese Staten, is woordvoerder op volkshuisvesting en jeugdzorg. Ze blikt terug op de teleurstelling na de verkiezingen van november, toen de VVD belemmerde dat GroenLinks-PvdA aan kabinetsvorming deelnam, maar benadrukt dat haar fractie snel de toon veranderde naar constructief meedenken. In de Senaat volgt haar groep de politieke afwegingen van de Tweede Kamerfractie: staat die tegen een kabinetstekst, dan stemt de Senaat mee tegen, ook wanneer de inhoud technisch deugt.
Een extra complicatie is BBB: die fractie (12 zetels) stemt niet automatisch met rechts en gedraagt zich onvoorspelbaar nu zij buiten de regering staat. Janssen waarschuwt dat het voor kabinet en minister Rob Jetten riskant is alleen op BBB te rekenen en pleit ervoor ook naar links te kijken en te onderhandelen over een breed begrotingspakket. Volgens haar zijn deelakkoorden over thema’s als stikstof, zorg en wonen problematisch als er geen totaalafweging over de financiën wordt gemaakt.
Janssen is kritisch over het kabinetsbeleid: ze noemt het begrotingsplaatje scherp en vermoedt dat het tekort bewust laag is gehouden om ruimte te hebben in onderhandelingen. Ze waarschuwt tegen het openbreken van het pensioenakkoord en veroordeelt plannen die sociale zekerheid hard treffen, zoals een lagere uitkeringsvergoeding en verkorte ww-periodes. In de zorg ziet zij te veel rekenwerk zonder inhoudelijke visie; alternatieven voor bezuinigingen zijn volgens haar denkbaar (bijvoorbeeld op medicijngebruik en artsensalarissen).
Verder hamert ze op het belang van adviezen van de Raad van State en op uitvoerbaarheid: wetten moeten goed uitvoerbaar en rechtsstatelijk zijn om nieuwe uitvoeringsfiasco’s te voorkomen. Voor haar portefeuilles ziet ze concrete behoeften: meer investeringen in woningcorporaties om sociale woningbouw mogelijk te maken en extra geld voor jeugdzorg, ook in samenhang met het wetsvoorstel Reikwijdte jeugdwet.
Andere senatoren uit het Noorden reageren verschillend op het minderheidskabinet. ChristenUnie-senator Tineke Huizinga noemt het kabinet onduidelijk en maakt zich zorgen over de vele taskforces en de asielmaatregelen; zij pleit voor stabiliteit en wil dat het kabinet de rit uitzit. Auke van der Goot (OPNL/FNP) ziet juist kansen voor regio’s als Fryslân: een kabinet zonder vaste meerderheid dwingt tot onderwerpgerichte samenwerking, waarin regionale belangen — openbaar vervoer, brandstofprijzen en eerlijke compensatie bij gaswinning — beter af te dwingen zijn.
Kortom: de nieuwe Senaatverhoudingen geven kleine en middenfracties meer invloed. Dat dwingt het kabinet tot brede, inhoudelijke onderhandelingen, waarbij uitvoerbaarheid en financiële samenhang volgens meerdere senatoren centraal moeten staan.