Rob Jetten komt 16 zetels tekort in de Eerste Kamer. Wat nu? Senator Hetty Janssen (GL-PvdA) uit Leeuwarden geeft tips, tricks en een waarschuwing
In dit artikel:
Regeringspartijen zitten in de Eerste Kamer zelden zo zwak; dat schept kansen voor oppositiefracties, zegt GroenLinks-PvdA-senator Hetty Janssen uit Leeuwarden. Na de teleurstelling over de verloren Tweede Kamerverkiezingen en het door de VVD geblokkeerde deelnamegesprek met een nieuw kabinet heeft haar fractie snel een constructieve houding aangenomen. Janssen, sinds 2023 senator na twaalf jaar in de Friese Staten, leidt namens GL-PvdA de portefeuille volkshuisvesting en jeugdzorg en ziet haar fractie als sleutelspeler: omdat het kabinet geen meerderheid heeft in de senaat, kan GL-PvdA bepalend zijn bij het al dan niet doordrukken van wetsvoorstellen.
De GL-PvdA-fractie volgt politiek de beslissingen van haar Tweede Kamerfractie; als die tegen een kabinetsonderdeel stemt, zal de senaatsfractie dat doorgaans ook doen, zelfs als een wetsvoorstel inhoudelijk op orde lijkt. Janssen waarschuwt dat BBB onvoorspelbaar is en niet altijd het rechtse kamp steunt, waardoor minister Jetten niet blind op die partij moet rekenen. Zij pleit ervoor dat het kabinet naast rechts ook naar links toetrekt en inzet op een breed begrotingsakkoord met partijen buiten de coalitie. Volgens haar zijn deelakkoorden over thema’s als stikstof, zorg en wonen niet genoeg omdat financiële keuzes met elkaar samenhangen.
Janssen uit concrete kritiek op voorgenomen bezuinigingen: het kabinet wil onder meer de WW verkorten en uitkeringen substantieel verlagen (naar 20 procent van het laatstverdiende loon), maatregelen die wel financieel effect hebben maar volgens haar veel maatschappelijk leed veroorzaken. Ook mist zij een inhoudelijke visie op zorgbezuinigingen; in plaats van alleen op tabellen te vertrouwen ziet ze mogelijkheden bij medicijngebruik en de salarissen van medisch specialisten. Ze merkt op dat de begroting met een tekort van 2,1 procent relatief krap is — mogelijk met opzet om ruimte te houden in onderhandelingen.
Janssen benadrukt dat de Eerste Kamer een kwaliteitscontrole uitvoert: senatoren keuren wetsvoorstellen goed of af, maar kunnen ze niet wijzigen. De huidige Kamer telt 75 leden en maar liefst negentien fracties; GL-PvdA is met 14 zetels de grootste fractie, gevolgd door BBB met 12. De coalitiepartijen hebben samen 22 zetels, zestien te weinig voor een meerderheid. Een nieuwe samenstelling volgt na de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2027, omdat senatoren via de provinciale staten worden gekozen.
Janssen verwijst ook kritisch naar eerdere wetsvoorstellen van het kabinet-Schoof en noemt het voorbeeld van Mona Keijzer (BBB) die met een motie probeerde voorrang voor statushouders bij toewijzing van huurwoningen te schrappen; dat leidde tot een ongrondwettelijke inzet in de Regie volkshuisvesting en Janssen weigerde om een herstelwet later af te wachten. Zij verwacht dat het huidige kabinet meer gewicht zal toekennen aan adviezen van de Raad van State en beter naar uitvoerbaarheid van wetten kijkt om toekomstige uitvoeringsschandalen te voorkomen. Wat haar eigen dossiers betreft pleit ze voor extra geld aan woningcorporaties en meer financiële ruimte voor de jeugdzorg, ook bij de aangekondigde Reikwijdte jeugdwet.
Andere senatoren zien zowel onzekerheid als mogelijkheden. ChristenUnie-senator Tineke Huizinga vindt de kabinetsrichting nog onduidelijk, is kritisch over nieuwe asielwetten en mist aandacht voor regionale leefbaarheid en projecten als de Lelylijn, maar wil dat het kabinet de rit uitzit. OPNL/ FNP-senator Auke van der Goot ziet in een minderheidskabinet juist kansen voor regio’s zoals Fryslân: hij pleit voor concrete afspraken over openbaar vervoer, een brandstofplafond en eerlijke afhandeling van schade door gaswinning, met het principe ‘de vervuiler betaalt’.