'Rob de Roker' van Terschelling (79) was een ouwe Pietje Bell; een visser en jager, een reller en plager
In dit artikel:
Rob Boom (79), bij iedereen op Terschelling bekend als “Rob de Roker”, is overleden. De in 1946 in Baarn geboren vrijbuiter vestigde zich in de jaren zeventig met zijn vrouw Jeannette en hun gezin op het Waddeneiland en groeide uit tot een onmiskenbare lokale legende: vissers, jagers, rokende vismaker en eeuwige grappenmaker. Zijn dochter Brenda, vrouw Jeannette en schoonzoon Ruud herinneren hem als een ondeugende pionier — een moderne Pietje Bell — die altijd vol streken en verhalen zat.
Van jongs af aan trok Rob de natuur in; hij leerde jagen, vissen en het leven op het Wad lezen. Zelfs ondeugende avonturen horen bij zijn repertoire: aldus één anekdote zette hij palingfuiken in de gracht bij Paleis Soestdijk en sliep onder water om niet gepakt te worden. Op Terschelling ontwikkelde hij zijn rookkuns verder: waar hij in Baarn nog in een klein tonnetje vis rookte, kreeg hij op het eiland grotere rooktonnen en later zelfs een eigen rookhok bij strandpaviljoen West aan Zee. Zijn ambachtelijk gerookte makreel en zalm verwierf faam; vakantiegangers bestelden van tevoren, en hij stond regelmatig op lokale feesten met zijn producten.
Naast vakmanschap kenmerkte humor Robs omgang met mensen en gezagsdragers: met een stalen gezicht nam hij “bobo’s” en groepen op de hak, en zijn grappen — zoals het cadeau geven van een sieradendoosje met daarin twee koeienogen of een ingepakt potje koeienstront als parfum voor dochter Brenda — leverden eindeloze verhalen op. Hij hing een “Verboden te Roken”-bord in zijn rookhok en reed jaarlijks voorop met een rommelige jeepje bij de Berenloop, om daarna trots te beweren dat hij als eerste finishte.
Rob was bedreven in overleven: hij kende eetbare paddenstoelen, hoe je een haas fileert, kentekens van het Wad en de stand van zon en maan — eigenschappen die zijn familie typeerde met uitspraken als “Met Rob in je buurt heb je geen noodpakket nodig.” Zijn praktische zorg kwam ook in zijn laatste maanden tot uiting: vastbesloten zijn 56ste huwelijksdag en kerst te halen, kookte hij liters soep en zijn befaamde Indische gerechten; die stopte hij in porties in de vriezer voor vrouw Jeannette. Voor zijn vrouw, dochter en kleindochter kocht hij gouden Brandaris-hangertjes als beschermend teken.
Eind vorig jaar begon zijn gezondheid te verslechteren door een opeenstapeling van klachten. Hij overleefde tot na de feestdagen, maar “op nieuwjaarsdag … ging bij Rob het licht uit.” Het afscheid vond plaats bij het strandpaviljoen naast zijn rookhok, waar Terschelling nog eenmaal afscheid nam van haar visser, jager en vrouwenplager — een man die met weinig veel kon maken en die het eiland verrijkte met vakmanschap, humor en onvergetelijke streken.