Rixt (15) doet vervroegd examen in haar memmetaal. 'As ik wat wol, dan gean ik derfoar'
In dit artikel:
Rixt Jorritsma (15) uit Franeker volgt al in havo 4 een eindexamen Fries — als extra vak — en vormt daarmee een concreet voorbeeld van een landelijke ontwikkeling: steeds meer middelbare scholen bieden Fries aan als examenvak en steeds meer leerlingen kiezen ervoor. Rixt volgde in één jaar het programma van havo 4 en 5 naast haar andere vakken en reisde tussendoor nog naar Kenia; desondanks wilde ze het examen voortijdig doen om ervaring op te doen en vroegtijdig klaar te zijn met toetsen. Buiten school spreekt ze Fries vooral bij haar muziekvereniging en ze merkt dat ze dankzij de lessen beter Fries kan schrijven en appen, zelfs haar moeder gebruikt nu vaker Fries.
Op haar school, CSG Anna Maria van Schurman in Franeker, begon docent Idske Bangma zeven jaar geleden met Friesles voor brugklassers; inmiddels krijgen leerlingen van klas 1 tot en met 5 Friese taal en cultuur en vanaf volgend schooljaar is Fries op die school een regulier examenvak waarvoor zestien leerlingen hebben gekozen. Bangma werkt ook mee aan het nieuwe landelijke examenprogramma voor Fries bij het SLO. Dat programma, dat naar verwachting in schooljaar 2029-2030 wordt ingevoerd, verschuift de focus van louter grammatica, spelling en tekstbegrip naar een combinatie van taal en cultuur: de Friese geschiedenis, taalexpressie en taalbewustzijn krijgen een plek.
De uitbreiding van het aanbod is duidelijk in cijfers: het aantal scholieren dat eindexamen Fries doet steeg van 147 naar ongeveer 200 dit schooljaar; dertien scholen bieden het vak nu aan naast de tien van een jaar eerder. Ook op vmbo-niveau groeit de belangstelling; op vmbo-school Ynsicht in Leeuwarden kozen 62 van de 105 tweedejaars voor Fries, terwijl het vak op vmbo-basis en -kader tot voor kort nauwelijks beschikbaar was.
Die groei roept ook knelpunten op, vooral wat betreft het tekort aan bevoegde Friese docenten. De vaksectie Fries van de Vereniging van Leraren Vreemde Talen waarschuwt dat bij blijvende toename meer leraren nodig zijn. Om medewerkers te werven startte de provincie de campagne “Jou Frysk, omdatst joust om it Frysk”; volgens betrokkenen van NHL Stenden heeft die campagne in de eerste vier maanden al zo’n zestig geïnteresseerden opgeleverd — veel sneller dan gebruikelijk — en laat ze zien dat er draagvlak is om het vak te professionaliseren en het Fries in het onderwijs te bestendigen. Lerarenopleiders noemen zowel de emotionele motivatie (“bijdrage aan het in stand houden van de taal”) als de reële baankans redenen voor aanmeldingen.
De provincie streeft ernaar dat uiterlijk in 2030 alle midden- en bovenbouwleerlingen in Friesland de mogelijkheid hebben Fries als examenvak te kiezen. Tegelijk wordt het hele curriculum herzien en worden kerndoelen voor basisschool en onderbouw voortgezet onderwijs aangepast om deze ambitie mogelijk te maken. Rixts persoonlijke route illustreert hoe die plannen bij individuele leerlingen al nu effect hebben en hoe de nieuwe generatie Friezen de taal zowel praktisch als professioneel wil inzetten — Rixt wil later in Friesland lesgeven, ook in het Fries.