RIVM: steeds meer nieuwe chemische stoffen in oppervlaktewater
In dit artikel:
Onderzoek van het RIVM toont dat in Nederlandse rivieren, meren, sloten en kanalen steeds meer nieuwe chemische stoffen voorkomen, vooral afkomstig uit industrie, medicijnresten en bestrijdingsmiddelen. Bij monitoring van drinkwaterwinpunten in oppervlaktewater bleken van vijf geteste stoffen de concentraties te hoog om met standaardzuivering veilig drinkwater te maken; drinkwaterbedrijven moeten daarom extra, steeds complexere en duurdere zuiveringstechnieken inzetten.
De vijf problematische stoffen zijn onder meer lithium (toegepast in batterijen; bij langdurige blootstelling mogelijk schadelijk voor de nieren), bromaat (kankerverwekkend in hogere doses), dibroomazijnzuur, N,N-dimethylsulfamide en trichloorazijnzuur. Het RIVM dringt er bij Rijkswaterstaat en de waterschappen op aan om lozingen te verminderen zodat concentraties dalen. Demissionair minister Robert Tieman zegt de bevindingen serieus te nemen; een landelijke werkgroep “Aanpak opkomende stoffen” onderzoekt risico’s en maatregelen. Voor lithium concludeert het RIVM voorlopig dat blootstelling via drinkwater naar verwachting geen directe gezondheidsproblemen veroorzaakt.
In Friesland is de urgentie momenteel beperkter: drinkwater komt daar vooral uit grondwater en vier van de vijf stoffen beïnvloeden het aquatisch leven niet of spelen geen rol voor de Kaderrichtlijn Water. Lithium wordt wel in oppervlaktewater gevonden maar onder de norm, waardoor blijvende monitoring wenselijk is. Landelijk wordt zo’n derde van het drinkwater uit oppervlaktewater gewonnen (bijv. Drentsche Aa, IJsselmeer). De Unie van Waterschappen benadrukt dat het probleem bij de bron aangepakt moet worden: minder lozing, strengere regels en betere handhaving.