Rechter houdt veelbesproken verhuizing Poiesz in Koudum niet tegen: 'Rapport bevat geen enkele onderbouwing'
In dit artikel:
De rechtbank in Groningen heeft besloten voorlopig geen streep te zetten door de plannen van supermarktketen Poiesz om uit het dorpshart van Koudum te verhuizen. Poiesz wil verplaatsen van de Hoofdstraat naar een nieuw, groter pand aan de Tjalke van der Walstraat aan de rand van het dorp. Tegenstanders vreesden dat het vertrek van de supermarkt het winkelcentrum leeg en minder levendig zal maken.
Jurist Jacob Leenstra en de eigenaar van ’t Kofjehûske spanden een spoedprocedure aan om bouw- en omgevingsvergunningen te laten schorsen. Zij betoogden dat gemeente Súdwest-Fryslân onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de effecten op het centrum en dat beleid en Europese regels onjuist zouden zijn toegepast. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs is dat de verhuizing automatisch tot structurele leegstand leidt; dat zou niet als vanzelfsprekend aangenomen mogen worden. Ook vond de rechtbank de juridische bezwaren niet steekhoudend.
De gemeente mocht volgens de rechter vertrouwen op een advies van bureau BRDG, dat geen blijvende leegloop voorziet. Het tegenrapport van Polyfern uit 2023, aangevoerd door Leenstra, concludeerde wel voorzichtige risico’s, maar bevat volgens de rechter geen harde onderbouwing en richtte zich vooral op woningbouwvragen. De rechtbank gaf verder aan dat Leenstra zelf geen voldoende betrokken belanghebbende is omdat hij te ver van de nieuwe locatie woont; de pandeigenaar van ’t Kofjehûske werd wél als belanghebbende erkend maar diens bezwaar leidde niet tot intrekking van de vergunningen.
De vergunningen blijven dus van kracht en Poiesz kan voorlopig doorgaan met de bouwplannen. Een inhoudelijke behandeling van de beroepszaak volgt later; Leenstra geeft aan dan uitgebreider te willen aantonen welke gevolgen de verhuizing voor het dorpscentrum heeft.