'Pyroboer' Reinier uit Langezwaag over het aanstaande vuurwerkverbod: 'Ik maak mij echt zorgen'
In dit artikel:
Reinier en Roely de Graaf uit Langezwaag beleven waarschijnlijk hun laatste jaarwisseling als reguliere vuurwerkverkopers: vanaf 2026 lijkt consumentenvuurwerk in Nederland verboden. Het Friese echtpaar, dat sinds 1989 vuurwerk verkoopt en al ruim tien jaar landelijke shows geeft, combineert dat werk met het runnen van een boerderij en ziet de toekomst vooral in professionele demonstraties — al hangt daar veel onzekerheid aan.
Op 19 december gaven ze een spectaculaire eindshow; op 31 december verzorgen ze in opdracht van gemeente Opsterland de professionele voorstelling in Gorredijk. Waar hun demo’s normaliter zo’n tien keer per jaar plaatsvinden, verwachten ze dat de vraag naar shows flink zal toenemen zodra de verkoop voor particulieren stopt. Tegelijkertijd maken praktische beperkingen het onmogelijk dat elke plaats in Nederland automatisch een openbare show krijgt: volgens De Graaf zijn er slechts 255 gecertificeerde pyrotechnici met de juiste papieren. Omdat shows zelden solo worden uitgevoerd en veel vergunningen en veiligheidsmaatregelen nodig zijn, ligt de maximale capaciteit vooralsnog beperkt — het paar kan bijvoorbeeld maximaal twee shows per avond draaien.
Veiligheid en regelgeving vormen een belangrijke rode draad in hun verhaal. Voor elke show gelden strikte eisen: ze werken met niet-brandbare overalls, oog- en oorbescherming en er is altijd een onafhankelijke toezichthouder vanuit de provincie aanwezig. Vergunningen, verzekering (tot 5 miljoen euro) en periodieke bijscholing (elke drie jaar) en toetsing van de vergunning (elke vijf jaar) zijn standaard. De Graafs benadrukken dat de legale vuurwerkbranche zwaar op veiligheid inzet en dat veel letsel wordt veroorzaakt door misbruik of illegaal materiaal — de reden waarom zij het jammer vinden dat de goede gebruikers worden geraakt door de fouten van enkelen.
Praktisch vakmanschap blijft centraal in hun aanpak: waar veel shows tegenwoordig door computers worden aangestuurd, steken Reinier en Roely al bijna 26 jaar met de hand af, met een fakkel. Dat “ouderwetse handwerk” voorkomt technische verrassingen en verlaagt de voorbereidingstijd — iets wat bij grote publieksaantallen geruststellend werkt.
De de Graafs maken zich zorgen over onbedoelde bijwerkingen van een verbod. Ze vrezen dat het illegale circuit, en de import van zwaarder, ongereguleerd explosief materiaal, zal groeien. Dergelijk spul noemt Reinier explosieven die volgens hem onder de wapenwet zouden moeten vallen; het roept beelden op van levensgevaarlijke situaties voor hulpverleners en omstanders. Ze verwachten dat veel mensen nu nog massaal inslaan — groepen die samen veel kilo’s vuurwerk meenemen — en dat organisaties straks misschien via de Kamer van Koophandel ontheffing zullen moeten aanvragen om nog te mogen afsteken.
Voor hen persoonlijk betekent het verbod een afscheid van de retailtraditie: ze hadden vroeger vuurwerkwinkels in Langezwaag, Noordwolde en Gorredijk en verkopen sinds kort weer vanuit een winkel in Steenwijk. Hoewel de verkoop mogelijk stopt, denken ze niet dat hun shows overbodig worden — integendeel: demonstraties kunnen volgens hen straks belangrijker worden, maar alleen als er voldoende gecertificeerde uitvoerders en heldere regels zijn.
Tegelijk blijven Reinier en Roely hameren op verantwoordelijkheid: alcohol en vuurwerk horen niet bij elkaar, volg de gebruiksaanwijzing, zet vuurwerk goed vast en steek niet opnieuw aan. Ze hopen dat een verbod niet tot meer slachtoffers leidt door illegale handel en vinden het zonde dat feestelijke tradities verdwijnen doordat een minderheid het feest verpest.