Provincie vertrouwt op eigen maatregelen door boeren bij stikstof
In dit artikel:
De provincie Fryslân presenteerde een nieuwe aanpak om de ammoniakuitstoot en stikstofneerslag terug te dringen: doel is 30% minder emissie in 2035 ten opzichte van 2019. Gedeputeerde Abel Kooistra rekent voor een groot deel op zogeheten autonome ontwikkelingen in de landbouw: boeren zullen vanwege het vervallen van de derogatie (de uitzonderingsregeling voor meer mestuitrijden) zelf maatregelen nemen, zoals het inkrimpen van de veestapel of het laten afvoeren van mest. Omdat mestafvoer jaarlijks hoge kosten met zich meebrengt, verwacht de provincie dat veel ondernemers de veestapel verminderen.
Het plan en de onderliggende cijfers zijn mede gebaseerd op een rapport van Wageningen University. Dat rapport stelt dat de Friese landbouw in 2022 ongeveer 13,1 kiloton ammoniak uitstootte, grotendeels door rundveehouderij, en dat die emissie al 12% lager lag dan in 2018 door betere opslag en beheer van mest en beweidingsmaatregelen. Wageningen rekent autonoom ingrijpen toe aan een daling van circa 1,2 kiloton. Specifieke maatregelen worden geschat op onder meer: inkrimping van de veestapel (0,4 kt; ~3%), emissiearme stallen (ongeveer het dubbele van de inkrimping), monomestvergisting met stikstofstrippen (±4%) en meer klaver- en kruidenrijk grasland (±1%). Samen met maatregelen uit overheidsbeleid komt dat volgens de onderzoekers uit op 10,8 kt — een reductie van 17,6% — maar dat blijft onder het landelijke streefcijfer van 44–46%.
De noodzaak voor reductie richt zich vooral op de 20 Natura 2000-gebieden in Fryslân, waarvan 12 als kwetsbaar gelden. In 2022 viel daar gemiddeld 1.047 mol stikstof per hectare neer; ongeveer 18% daarvan is afkomstig van Friese landbouw, 24% van landbouw elders in Nederland en circa 42% uit het buitenland. Sommige Friese gebieden met zeer stikstofgevoelige habitattypen — zoals de Bakkeveense Duinen, het Drents-Friese Wold en het Fochteloërveen — vragen aanvullende maatregelen. Boeren op de Waddeneilanden lijken door het wegvallen van de derogatie al aan de eisen te voldoen.
De planning: Provinciale Staten debatteren medio april over het plan; bij goedkeuring wordt na de zomer begonnen met uitwerking, een proces van naar verwachting anderhalf jaar. Invoering van maatregelen start gepland in 2028 en berust primair op vrijwillige deelname van boeren; pas na een evaluatie in 2030 kunnen gedwongen maatregelen overwogen worden. De provincie wil in samenwerking met landbouwers, natuurorganisaties en andere partners lokaal maatwerk ontwikkelen om kwetsbare natuur te beschermen.