Prokofjev palmt je genadeloos in
In dit artikel:
Sergej Prokofjev (1891–1953), van geboorte uit het door oorlog geteisterde Donetsk, krijgt in deze bespreking de hoofdrol: zijn muziek bij Shakespeare's Romeo & Juliet — vooral de beruchte “Dans van de Ridders” — lijkt ongewenst actueel door de militaristische, dreigende klankkleur. Het fragment, afkomstig uit Prokofjevs Tweede Suite (een uittreksel uit het ballet van 1935), opent met dreunend koper en een geharnaste mars waarin Montagues en Capulets elkaar imponeren en afschrikken; tussen die gewelddadige passages door klinkt geregeld een tedere, lyrische tegenstem die Juliet musiceert.
Het ballet kent een beladen ontstaansgeschiedenis: plannen voor een vroege opvoering stokten, de directeur van het in Moskou bestelde stuk werd zelfs geëxecuteerd, en Prokofjev zelf zat onder de druk van Stalinistische kritiek — hij werd beschuldigd van ‘formalisme’ en paste zich deels aan door ook regimegezinde werken te schrijven (zoals een cantate uit 1937). Oorspronkelijk pleitte Prokofjev voor een afwijkend, optimistischer slot waarin de geliefden elkaar zouden krijgen, maar dat idee bleek politiek en publieksmatig onhaalbaar. Het complete ballet beleefde uiteindelijk pas in 1940 zijn officiële première (al kreeg Brno eerder een uitvoering).
Muzikaal toont Prokofjev zijn meesterschap in het karakteriseren: Juliet klinkt in de muziek wisselend naïef, ongedurig, dromerig en sentimenteel; andere scènes — soms zelfs de korte, Mahleriaans aandoende balkonscène — verdwijnen in sommige opnames. De combinatie van speelse ironie, groteske contrasten en onheilspellende grandeur maakt dat het werk nog altijd fascineert en, in onze huidige context, een extra scherpe emotionele lading krijgt. Een veelgehoorde opname is die van Valery Gergiev met het London Symphony Orchestra (2008).