Priesterkleding, alles gereed voor de eredienst
In dit artikel:
Exodus 39 beschrijft de laatste handelingen voordat het tentheiligdom in gebruik kan worden genomen: het vervaardigen van de ambtskledij voor Aäron en de priesters. De tekst vult de opdrachten uit Exodus 28 uit en benadrukt herhaaldelijk dat alles gebeurde “zoals JHWH Mozes had opgedragen”. Die herhaling functioneert als een literaire klemtoon op nauwgezette gehoorzaamheid na de breuk met het gouden kalf; de Israëlieten voeren nu precies uit wat God had voorgeschreven.
Belangrijkste onderdelen:
- De efod (priesterschort) en daaraan verbonden schouderstukken en banden worden gemaakt van goud, blauwpurper, roodpurper, karmozijn en getwijnd linnen. De tekst geeft extra aandacht aan de wijze waarop gouddraden in het weefsel verwerkt zijn.
- Op de schouderstukken en op de borsttas (de borstplaat) worden edelstenen geplaatst, elk gegraveerd met de namen van de twaalf zonen van Israël. Deze stenen dienen als blijvende herinnering en brengen de stammen onder de aandacht van God: de priester presenteert zo het volk aan Hem.
- De hogepriester draagt bovendien een gouden “kroon” of rozet met de inscriptie heilig voor JHWH, een zichtbaar teken dat hij tussen het volk en de heilige God staat en Gods welwillendheid aanroept.
Theologisch accent: De auteur legt nadruk op het feit dat de inrichting van de eredienst niet primair een menselijke beleving is maar een door God ontworpen interactie tussen God en zijn volk. Het woord dat vaak met ‘aandacht’ wordt vertaald heeft ook de betekenis van ‘herinnering’ en verbindt deze liturgische praktijk met andere sleutelmomenten in Exodus (zoals Pesach). Daarmee blijft de gedeelde relatie tussen God en Israël het centrum van het narratief.
Taal- en tekstkritische opmerkingen:
- De tekst wisselt soms tussen “hij maakte” en “zij maakten”, wat vragen oproept over wie precies wordt bedoeld (de ambachtslieden, misschien Besaleël, of de hand van God). Veel vertalingen nivelleren dit tot ‘men’ maar de variatie kan aanwijzingen geven over perspectief.
- Ook het woord dat meestal als ‘zegenen’ wordt vertaald heeft een bredere lading (o.a. ‘prijzen’), wat invloed heeft op de interpretatie van Mozes’ slothandeling: een bevestiging en blije waardering dat het werk volgens Gods voorschrift voltooid is.
Afsluiting: Na de inventarisatie van de vervaardigde voorwerpen inspecteert Mozes alles en spreekt hij een zegen of lof uit over het volk. Het hoofdstuk eindigt met de conclusie dat alles precies volgens opdracht is gemaakt; hoofdstuk 40 zal vervolgens beschrijven hoe de ontmoetingstent wordt opgebouwd en Gods aanwezigheid er uiteindelijk neerdaalt. Auteur Eep Talstra, emeritus hoogleraar Oude Testament, wijst er ook op dat latere boeken laten zien hoe kwetsbaar menselijke toewijding is en hoe snel terugval kan optreden.