Premier Rob Jetten zou Lelylijn 'fantastisch' vinden, maar doet geen beloftes
In dit artikel:
Premier Rob Jetten zei dinsdag in Den Haag tijdens de netwerkbijeenkomst Noord in Nieuwspoort dat hij als oud-regiomanager van ProRail groot voorstander is van de Lelylijn, maar gaf geen concrete toezeggingen. Zijn terughoudendheid komt doordat een besluit nu tot onenigheid in het kabinet kan leiden; een formele reactie van het kabinet wordt „de komende maanden” verwacht en rond de zomer beloofd door staatssecretaris Annet Bertram.
De Lelylijn, de voorgestelde spoorverbinding die Noord-Nederland beter met de rest van het land moet verbinden en zo projecten voor woningbouw, energie en industrie makkelijker bereikbaar maakt, kampt met grote financiële onzekerheid. Van de oorspronkelijk bestemde pot is na eerdere verschuivingen nog slechts 650 miljoen euro over, terwijl de totale kosten worden geschat op circa 14,5 miljard euro. Gezant Klaas Knot adviseerde eind januari onder meer om jaarlijks 400 miljoen euro te reserveren om het project haalbaarder te maken; kabinet en Kamer wachten op een officiële reactie op dat advies.
Regionale bestuurders en ondernemers – onder hen SNN-voorzitter en commissaris van de Koning Arno Brok – drongen er bij Jetten op aan het jarenlang getalm te beëindigen en vaart te maken. In de Kamer liep maandagavond een voorstel van Habtamu de Hoop (PRO), gesteund door BBB, JA21 en PvdD, om meteen 400 miljoen per jaar te gaan sparen en een MIRT-verkenning te starten, spaak. Staatssecretaris Bertram houdt vast aan de regel dat er eerst zicht moet zijn op 75 procent van de financiering voordat een MIRT-verkenning begint; met de huidige middelen is dat niet haalbaar. De Kamer debatteert op 3 juni verder over de Lelylijn.
Coalitiefracties D66 en CDA, historisch voorstanders van het project, vonden het volgens sommigen nog te vroeg om stappen te zetten zonder duidelijk kabinetsstandpunt. De politieke discussie draait nu vooral om de vraag of en wanneer er structureel gespaard en daadwerkelijk verkend moet worden, terwijl het Noorden aandringt op compensatie voor de ingrijpende energie- en infrastructuurprojecten die de regio uitvoert.