Plasticsoep op de stoep: de Schrans in Leeuwarden is een voorbeeld van verloedering | LC commentaar
In dit artikel:
Op de Schrans in Leeuwarden lag vrijdagmorgen een korte maar veelzeggende strook van ongeveer vijf meter bezaaid met honderden resten: verpakkingsmateriaal, plastic, gemorst of weggegooid voedsel, sigarettenpeuken, hondenpoep en vooral veel kauwgom. Het beeld wordt vaak toegekend aan daklozen of verwarde mensen die in vuilnisbakken zoeken naar lege blikjes voor het statiegeld, maar het probleem is breder: veel klanten openen aankopen onderweg en laten verpakkingen achteloos vallen; scholieren tijdens de lunch dragen bovendien merkbaar bij, ondanks dat er voldoende prullenbakken zijn. Daardoor ervaren ook niet-foodbedrijven in de straat—zoals interieurzaken en kappers—overlast zonder er iets aan te hebben gedaan.
Nationaal onderzoek bevestigt de onvrede: in de Subjectieve Monitor Zwerfafval 2024 (in opdracht van Rijkswaterstaat) geeft slechts een kleine minderheid aan Nederland als schoon te zien; bijna de helft noemt het land helemaal niet schoon. Tegelijk voelt een groot deel van de bevolking zich wel deels verantwoordelijk voor het schoonhouden van de omgeving, en de gemeente Leeuwarden ondersteunt inwoners door grijpers, afvalzakken en handschoenen uit te lenen. De praktische capaciteit om overal zwerfafval weg te halen ontbreekt echter.
Wettelijk zijn verkopers van etenswaren verplicht een gebied van 25 meter rondom hun winkel schoon te houden, maar die plicht geldt niet voor alle ondernemers—een regel waar vraagtekens bij bestaan. Handhaving van littering is moeilijk; boetes bestaan, maar worden weinig op grote schaal toegepast. Vergeleken met landen als Singapore, Noorwegen en Zwitserland ontbreken strengere, consequent gehandhaafde regels hier. Blijft iedereen laks, waarschuwt het stuk, dan verandert niet alleen onze natuur maar ook onze winkelstraten in vervuilde gebieden—een lokale verloedering met nationale consequenties.