PFAS zit op je nieuwe bank, je jas en in je bloed: een verbod is wenselijk, maar extra onderzoek ook | LC commentaar
In dit artikel:
PFAS — de verzamelnaam voor poly- en perfluoralkylstoffen — zitten tegenwoordig in een verbluffend groot deel van onze aankopen: meubels, sportkleding, schoenen, smeerolie uit spuitbussen, make-up en nog veel meer. Ze stapelen zich op in ons bloed en roepen zorgen op over gezondheid en kosten. Nederland sluit zich met andere landen aan bij pogingen om verkoop, gebruik en lozing van PFAS uiteindelijk helemaal te verbieden.
Milieuorganisaties, onder wie de Friese Milieu Federatie, eisten van de overheid dat ze sneller en strenger optreedt, maar de rechter oordeelde vorige week dat de regering zelf beleidskeuzes mag maken. Tegelijkertijd waarschuwden onderzoekers die namens de Europese Commissie werken deze week dat de maatschappelijke kosten van PFAS honderden miljarden euro’s kunnen bedragen. Dat maakt het des te problematischer dat fabrieken nog PFAS mogen lozen en dat het gebruik — bijvoorbeeld van bestrijdingsmiddelen op landbouwgrond — vorig jaar zelfs toenam.
Een groot knelpunt is dat er een enorme verscheidenheid aan PFAS-stoffen bestaat en dat de blootstellingsroutes nog niet goed zijn uitgewerkt. Het RIVM publiceerde vorige maand een voorlopige risicolijst waarin textiel, vloerbedekking en meubels bovenaan staan; kinderen die aan kleding sabbelen lopen extra risico. Door slijtage kunnen deeltjes vrijkomen en als huisstof ingeademd worden; ook sprays en smeermiddelen vormen een verdachte bron.
Er lopen veel onderzoeken om hiaten in kennis te dichten en ondernemers onder druk te zetten; de Consumentenbond doet aanvullend onderzoek. Consumententrends laten al resultaat zien (bijv. PFAS-vrije koekenpannen). Een volledig verbod is gewenst om verdere lozing te stoppen, maar een abrupt totaalverbod zou winkels leegmaken. Daarom pleit het commentaar voor gerichte prioritering: eerst goed onderzoek naar de belangrijkste risicobronnen zodat maatregelen effectief en uitvoerbaar worden.