Peter Voerman zocht het archief van zijn opa Jan Voerman jr uit. Waar schetste hij voor zijn Friese Verkade-album?

maandag, 8 juni 2026 (16:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Jan Voerman jr. (1876–1970) werd bekend als de belangrijkste illustrator van de beroemde Verkadeplaatjes: kleine aquarellen die vanaf het begin van de twintigste eeuw als verzamelplaatjes bij koek- en chocoladeproducten werden gevoegd. Als vijftienjarige kreeg hij zijn eerste opdracht van Grootvader Ericus Verkade en zou ruim 34 jaar lang bijdragen leveren aan onder meer het album Lente en vier reisalbums: Langs de Zuiderzee (1914), De Vecht (1915), De IJsel (1916) en Friesland (1918). Tijdens de Eerste Wereldoorlog fietste Voerman door Nederland om ter plekke te schetsen en foto’s te maken; in zijn atelier werkte hij die om tot gedetailleerde aquarellen die in verkleinde vorm in de albums verschenen.

Zijn kleinzoon Peter Voerman onderzocht de afgelopen drie jaar materiaal uit het familiearchief — dozen vol schetsen, proefaquarellen en foto’s — en legde vast hoe de plaatjes ontstonden. Dat onderzoek leidde tot de tentoonstelling ‘Mijn gedroomde Nederland’ in het Voerman Stadsmuseum Hattem (tot eind december) en tot een rijk geïllustreerd boek met dezelfde titel. Peter reconstrueerde welke schets bij welke plaat hoorde en bezocht vele locaties opnieuw om te zien wat in ruim een eeuw tijd is veranderd of bewaard gebleven. Hij merkt op dat veel locaties nog herkenbaar zijn, maar sommige nauwelijks meer — en plekken als De Beer bij de Nieuwe Waterweg zijn nu volledig getransformeerd door haven- en opslagactiviteiten.

Voerman jr. schilderde vanuit directe waarneming en had een sterke drang naar herkenbaarheid: planten, bloemen en insecten moesten zo afgebeeld worden dat iedereen ze kon herkennen. Dat maakte zijn werk populair en invloedrijk; generaties leerden via zijn plaatjes over natuur en landschap. Tegelijkertijd leverde dit een enigszins romantisch beeld op: vervuiling of armoede toonde hij niet, omdat hij bewust de mooiste plekjes zo natuurgetrouw mogelijk wilde weergeven. Zijn vader, de bekende IJsselschilder Jan Voerman sr., liet hem de ‘kleine wereld’ doen, terwijl hijzelf de luchten schilderde — zo bleef het oeuvre van de zoon lang in de schaduw van dat van zijn vader staan, maar recent groeit de waardering voor zijn vakmanschap.

Enkele opvallende feiten: het album Friesland is zeldzaam omdat papier tijdens de oorlog schaars en duur was; de prijs ging omhoog en de oplage bleef beperkt. Peter vond in het archief ook een mysterie: het haventje van Peperga dat op een Verkadeplaatje staat, lijkt in werkelijkheid nooit bestaan te hebben — lokale bronnen vinden er geen bewijs voor en de riviertjes in de omgeving waren niet bevaarbaar voor grotere schepen. Ook wijst Peter op veranderingen in waterbeheer: veel oude sluizen op de plaatjes zijn buiten gebruik of verdwenen, bruggen zijn vervangen, en natuurgebieden zijn sterk veranderd.

Merijn de Leur-van Duyn, directeur van het Voerman Stadsmuseum, benadrukt dat Jan jr. terecht meer erkenning krijgt; de expositie toont zijn ontwikkeling van nieuwsgierige tiener tot uitmuntend aquarellist en later olieverfschilder. De tentoonstelling en het boek geven niet alleen een inkijk in de totstandkoming van een Verkadeplaatje, maar tonen ook Voermans aandacht voor detail, kleur en techniek. Het boek Mijn gedroomde Nederland door Peter Voerman (Wbooks, 96 blz., €24,95) biedt foto’s van nu naast de originele plaatjes en schetsen en breidt daarmee het verhaal van Voermans bijdrage aan het beeld van het Nederlandse landschap uit.