Pesticiden 'een' maar niet 'de' oorzaak van parkinson (dat op onverklaarbare wijze vaker voorkomt in Friesland en Groningen)

donderdag, 22 januari 2026 (06:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Neurowetenschapper Bas Bloem (Radboudumc) en milieu-epidemioloog Roel Vermeulen (Universiteit Utrecht) concluderen na een nieuw onderzoek dat pesticiden niet de enige en niet per se de dominante oorzaak zijn van de ziekte van Parkinson. Voor het eerst koppelden zij verschillende landelijke gezondheidsbronnen (overlijdensakten, medicijnvoorschriften, zorgclaims en ziekenhuisgegevens) aan demografische en sociaaleconomische data om patronen in Parkinson-voorkomen te analyseren.

De studie bevestigt dat er een verband bestaat tussen landbouwpesticiden en Parkinson in eerdere internationale literatuur, maar toont tegelijk aan dat ook andere omgevingsfactoren — zoals luchtvervuiling of zware metalen — een rol spelen. Bloem vat het samen met “ja en nee”: er is bewijs voor een bijdrage van bestrijdingsmiddelen, maar ze vormen niet de enige bepalende factor in een complexe optelsom van risico’s. Daarom is het volgens hem onterecht om boeren uitsluitend als schuldigen te zien; hij zegt expliciet dat “er niet één boer is die voor zijn lol zichzelf en zijn buren vergiftigt” en wijst op tekortkomingen in het huidige toetsingskader voor middelen.

Opmerkelijke uitkomsten van het onderzoek zijn regionale verschillen: Friesland en Groningen bleken relatief donker te kleuren qua Parkinson-incidentie, iets wat vragen oproept omdat de luchtkwaliteit in het noorden doorgaans beter is dan elders in Nederland. Verder bleek Parkinson vaker voor te komen bij mannen en bij mensen met een hogere sociaaleconomische status — variabelen die kunnen samenhangen met zorgtoegang, leefstijlfactoren (zoals roken) of hormonale verschillen.

Om oorzaken preciezer te ontleden starten onderzoekers een grootschalige case-control studie in ziekenhuizen in Tilburg, Leiden, Nijmegen en Groningen. Aan die studie nemen 1.500 recent gediagnosticeerde patiënten en 3.000 controles deel. De deelnemers leveren gedetailleerde informatie over werk, sport, dieet en verhuizingen; daarnaast worden bloed en ontlasting onderzocht, worden huishoudelijke blootstellingen gemeten en vindt genetisch onderzoek plaats. Met speciale aandacht voor Groningen en Friesland verwachten de onderzoekers de eerste resultaten niet eerder dan over ongeveer vijf jaar.

Conclusie: het beeld wordt genuanceerder — pesticiden spelen waarschijnlijk mee, maar alleen bekijken is onvoldoende. Breder onderzoek naar meerdere omgevings- en genetische factoren is noodzakelijk voordat concrete beleidsaanpassingen of geruststellingen richting landbouw kunnen volgen.