Pensioen, vermogen en de belasting, hoe zit het? | opinie

donderdag, 19 maart 2026 (11:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De Wet werkelijk rendement box 3 veroorzaakt veel discussie. De wet was al door de Tweede Kamer gegaan maar minister Eelco Heinen wil er waarschijnlijk aan sleutelen. Redacteur Erwin Boers schreef daarover op 5 maart een commentaar; daarop reageerde Bert Baron op 9 maart fel. Lezer Jan Pierre Staal (Heerenveen) nam Barons bezwaar serieus, maar legt uit dat de situatie genuanceerder is en licht de technische verschillen toe tussen twee manieren van pensioenopbouw.

Bij de gangbare methode via een pensioenfonds wordt de premie bij storting van het belastbaar inkomen afgetrokken, waarna het fonds belegt. Uitkeringen tijdens pensioen — bestaande uit ingelegde premies plus rendement — worden later belast met maximaal 49,5 procent; daarnaast geldt tot een inkomen van €79.409 (2026) een Zvw-bijdrage van 4,85 procent.

Bij particuliere opbouw wordt het ingelegde bedrag eerst al belast (eenmalig) en vervolgens gebruikt om rendement te behalen. Dat jaarlijkse rendement zou volgens de (teruggetrokken) versie van de Wet werkelijk rendement box 3 met 36 procent worden belast en zonder Zvw-heffing op die vermogensaanwas. Het belangrijkste onderscheid is dus het moment en tarief van heffing: particuliere opbouw kan door de lagere heffing op jaarrendement gunstiger uitpakken dan uitkeringen uit een pensioenfonds.

Staal corrigeert ook een misverstand uit Barons reactie: iemand met een pensioenfonds betaalt niet jaarlijks belasting over zowel de hele pensioenpot als de aanwas—in Barons eigen situatie is alleen belasting over de aanwas van belang, niet over het kapitaal zelf.