Pedagoog Bert Wienen (42) waarschuwt voor angstig ouderschap: 'We meten alles, maar zien we onze kinderen nog wel?'

zondag, 24 mei 2026 (12:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Pedagoog Bert Wienen (42) waarschuwt dat ouders hun kinderen steeds strakker volgen — vaak tot op de minuut — en dat dat loslaten en zelfstandigheid ondermijnt. Vanuit zijn werk als spreker, onderzoeker en schooladviseur ziet hij een groeiend gebruik van volgsystemen zoals de Amerikaanse app life360 en van schoolapps (Magister, Somtoday) waarmee ouders continu weten waar hun kind is en hoe het op school presteert. Volgens Wienen voedt die controle een nieuwe norm: "Een goede ouder lijkt tegenwoordig een angstige ouder."

Wienen is niet tegen technologie an sich, maar tegen de onderliggende opvatting dat liefde gelijkstaat aan constante controle. Hij betoogt dat kinderen door permanente monitoring minder kans krijgen zelf problemen op te lossen, minder open zijn in gesprekken thuis en minder gelegenheid hebben om fouten te maken en daarvan te leren — bijvoorbeeld een puber die stiekem ergens heen fietst en later besluit eerlijk te zijn. Die ontdek‑ en herstelmomenten verdwijnen wanneer een app meteen alles uitlegt.

Het fenomeen past volgens hem in een bredere maatschappijtrend: alles meten, alles in kaart brengen — van toetsuitslagen tot emotionele vragenlijsten op school. Dat leidt ook tot een sterke medicalisering en labeling van normaal ontwikkelgedrag. Wienen signaleert dat diagnoses en labels (ADHD, autisme, “neurodiversiteit”, combinaties zoals ‘dubbel bijzonder’) en een opkomende markt van coaches en therapieën ouders en scholen verleiden problemen vooral bij het kind te leggen. Daardoor ontstaat een cultuur waarin ouders en leraren soms eerder artsen lijken dan opvoeders en waarin kinderen het risico lopen op het idee te groeien dat ze 'niet goed genoeg' zijn.

Uit gesprekken met ouders en zijn eigen observaties concludeert Wienen dat ouders veel niet gedeelde onzekerheden hebben: ze vergelijken kinderen, jagen op het perfecte plaatje en vrezen fouten. Voor zijn nieuwe boek (verschijnt dit najaar) maakte hij een top‑10 van de grootste ouderangsten: onder meer het falen om het kind gelukkig te maken, het verliezen van geduld, het niet alles onder controle hebben en de vrees dat het kind later op de opvoeding zal terugkijken als een misser. Die angstcultuur voedt volgens hem extra bemoeizucht en commerciële oplossingen (bijlessen, therapieën, overstaptrainingen voor brugklassers).

Als tegenreactie ontwikkelt Wienen concrete hulpmiddelen: een ‘overstapbox’ voor ouders van toekomstige brugklassers met tips om eigen angst te reguleren en hun kinderen minder therapisch te benaderen. Zijn centrale pleidooi is dat opvoeden rustiger en vertrouwenwekkender kan — met meer ruimte voor fouten, minder meten en meer normale pedagogische relaties tussen leraar en leerling. Hij benadrukt dat het merendeel van de kinderen het goed doet, maar wil voorkomen dat een groeiende groep opgroeit met het gevoel tekort te schieten.

Achtergrond: Wienen woont in Hattem, heeft drie zonen en promoveerde in 2019 in de psychologie. Hij combineert onderzoek en advieswerk voor scholen en ouders, werkt parttime op een mbo‑school en publiceerde eerder het bekroonde boek Van individueel naar inclusief onderwijs. Zijn boodschap: minder angst, meer loslaten — zodat kinderen leren zelfstandig te functioneren en ouders weer vertrouwen krijgen in hun rol.