Pas op de plaats nodig bij energietransitie | opinie
In dit artikel:
Klaas Martens uit Dokkum waarschuwt dat de energietransitie in Nederland in de knel komt door praktische beperkingen van het elektriciteitsysteem, niet door een gebrek aan ambitie. Het elektriciteitsnet raakt steeds vaker overbelast tijdens piekmomenten — als mensen thuiskomen, EV’s laden en warmtepompen opstarten — en netbeheerders denken zelfs aan financiële prikkels om verbruik te verschuiven. Tegelijkertijd is zon- en windstroom afhankelijk van het weer; bij teveel aanbod worden turbines en parken soms stilgezet, wat opbrengsten en investeringsrendement onder druk zet.
Beleid en markt reageren: de salderingsregeling voor zonnepanelen loopt af en minister Sophie Hermans heeft de plannen voor wind op zee teruggeschroefd, al blijven grote subsidiepotten staan. Opslag als oplossing blijkt voorlopig beperkt: thuisaccu’s zijn vaak niet rendabel en grootschalige elektriciteitsopslag is nog onvoldoende ontwikkeld. Ook waterstof is technisch haalbaar maar duur. Daardoor moeten kolen- en gascentrales vaker bijspringen, wat de kosten per geproduceerde kWh opdrijft.
De gevolgen zijn concreet en groeiend: in meerdere provincies kunnen bedrijven niet of later worden aangesloten, nieuwbouwprojecten lopen vertraging op en op sommige plaatsen worden noodgeneratoren ingezet. De kosten voor het uitbreiden van het net worden geraakt op een orde van grootte van ongeveer 220 miljard euro in het komende decennium. Ondertussen overwegen energie-intensieve bedrijven te vertrekken vanwege hoge kosten en onzekerheid.
Martens noemt Fryslân als voorbeeld: de provincie wil extra wind- en zonneparken, terwijl Fryslân al relatief veel duurzame stroom levert. Hij pleit voor een pas op de plaats in de aanleg van nieuwe weersafhankelijke capaciteit om ruimte te maken voor technologische ontwikkelingen die stabiele CO2-arme stroom kunnen leveren — bijvoorbeeld kleine modulaire kernreactoren (SMR’s) of thoriumconcepten. De provincie nam eerder een motie voor onderzoek aan, maar daar is volgens hem weinig mee gebeurd.
Kortom: het doel van de energietransitie blijft onverminderd belangrijk, maar volgens Martens is het tijd om de route te herzien en realistischer af te wegen de balans tussen klimaatambities, leveringszekerheid en economische consequenties.