Oud-wethouders Hein de Haan (47) en Nathalie Kramers (60) verbonden door strijd tegen kanker

vrijdag, 5 juni 2026 (07:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Hein de Haan (47) en Nathalie Kramers (60), jarenlang collega-wethouders en duo-lijsttrekkers voor GroenLinks-PvdA in Leeuwarden, kregen binnen enkele weken elkaar opvolgende levensschokkende diagnoses. Op 3 februari ontdekte Hein lymfeklierkanker; zes weken later, op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, bleek Nathalie borstkanker te hebben. Waar zij voorheen 60-urige werkweken hadden en voortdurend onderweg waren, bepalen nu ziekenhuisbezoeken, chemo- en immuuntherapieën (elke drie weken) en herstelperiodes hun dagen. Tijdens het gesprek vertellen ze dat Hein aan het einde van zijn zes kuren zit en Nathalie halverwege een schema van negen behandelingen.

De timing maakte het extra heftig: beiden waren midden in de verkiezingscampagne en deelden het lijsttrekkerschap. Hein droeg zijn wethouderstaken over; Nathalie vertelde meteen open over haar ziekte maar bleef haar partij nog door de verkiezingen loodsen en nam deel aan het duidingsdebat na de uitslag. Ze kozen ervoor hun ziekte publiek te maken; de reacties uit stad en partij waren massaal en steunend, wat hen hielp het nieuwe bestaan te bevatten.

De diagnose van Hein kwam nadat hij klachten in zijn keel bleef voelen en hij vanwege eerdere ervaringen met het ziekteverloop van zoon Jelte juist vroeg om onderzoek. Jelte is vijf jaar en heeft MLD, een ongeneeslijke metabole aandoening; het gezin weet dat hij in de laatste fase van zijn leven is beland. Dat maakt Heins eigen ziekte voor hem relatief — zijn grootste zorg is het welzijn van zijn zoon. Nathalie kwam zelf met klachten tussen twee bevolkingsonderzoeken en schakelde de huisarts in; vervolgonderzoek in het ziekenhuis toonde aan dat haar borstkanker ernstiger was dan aanvankelijk gedacht, maar gelukkig geen uitzaaiingen.

Beiden beschrijven hoe onzekerheid in het begin het zwaarst was, tot er een behandelplan werd vastgesteld; dat gaf paradoxaal genoeg rust. Hun dagelijkse leven veranderde radicaal: waar vroeger dossiers, vergaderingen en werkbezoeken hun agenda bepaalden, zijn dat nu wandelingen, tuinwerk, rustmomenten en medische afspraken. Hein ervaart het thuiszijn als een omslag die hem ook dichter bij zijn kinderen bracht — hij kan nu vaker bijvoorbeeld naar school gaan of voorlezen — en hij vult daarnaast columns en een weblog over het gezin en Jelte om het proces vast te leggen en anderen herkenning te bieden. Nathalie benadrukt dat ze niet bang is en dat ze zich bewust voelt van haar bevoorrechte positie: een huis, netwerk en financiële stabiliteit maken het pad minder zwaar dan voor veel andere patiënten.

Beiden zeggen dat de ziekte hen heeft doen bezinnen. Nathalie merkt een verzachting en een scherpere focus op het menselijke en relationele; ze wil na herstel graag van betekenis blijven, maar niet meer terug naar 60-urige werkweken. Hein zegt dat de ervaring zijn kijk op werk en privé verandert: hij wil niet alleen maar werken en heeft nu tijd voor gezin en herstel. Politiek blijven ze betrokken: Hein volgt de lokale politiek als raadslid voor PRO en kijkt mee naar de formatie — het nieuwe college wordt op 17 juni geïnstalleerd — en Nathalie houdt met belangstelling in hoeverre het verkiezingsprogramma terugkomt in het coalitieakkoord.

Zowel emotioneel als praktisch dragen steun van familie, vrienden en politieke collega’s bij aan hun draagkracht. De verhalen van Hein en Nathalie laten zien hoe snel publieke bestuurders in de privésfeer geconfronteerd kunnen worden met levensveranderende ziekte, hoe ze de zorg om familie en werk moeten afwegen, en hoe openheid en maatschappelijke betrokkenheid een rol spelen in het omgaan met ziekte en verlies.