Oud-shorttracker Daan Breeuwsma staat in de winter op het ijs en geniet in de zomer van rondjes door de velden op de hakselaar 

zaterdag, 21 februari 2026 (12:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Daan Breeuwsma (38) is een ex‑shorttracker die zijn hart nog steeds bij die discipline heeft, maar zich de laatste jaren ontwikkeld heeft tot een gewaardeerd coach op de langebaan. In Milaan trekt hij op met de Zaanlander‑ploeg als assistent van Jillert Anema en Arjan Samplonius; daar helpt hij onder meer Marijke Groenewoud en Jorrit Bergsma met techniek, materiaal en teamspirit. Met zijn Team NL‑jasje valt hij op — tot verbazing van een Chinees jongetje dat hem voor een olympiër aanzag — maar Breeuwsma benadrukt dat hij nu coach is en graag anderen begeleidt.

Zijn internationale loopbaan begon onverwacht in Milaan in 2007; hij had eigenlijk plannen om te stoppen en als agrarisch loonwerker in Canada te gaan werken. Die carrière stapte echter opzij voor het schaatsen. Shorttrack noemt hij nog altijd zijn DNA: hij onderhoudt nauwe contacten met huidige rijders zoals Melle en Jens van ’t Wout en Sjinkie Knegt, en leeft intens mee met hun successen. Over Jens zegt hij zelfs dat die wellicht de beste Nederlandse shorttracker ooit is — een uitspraak die laat zien hoeveel waardering hij heeft voor de nieuwe generatie die voortbouwt op het pionierswerk van zijn generatie.

Breeuwsma is ook eerlijk over de teleurstellingen. Hij was betrokken bij vier Olympische cycli: in Vancouver (2010) bij de ploeg zonder deelnemerstitel, als deelnemer in Sotsji (2014) waar een val in de relay de kansen kapotmaakte, in Pyeongchang (2018) toen strategie en timing faalden en in Peking (2022) werd hij buiten de World Cup‑selectie gelaten en miste zo de kans op een laatste olympische ronde. Die selectie door bondscoach Jeroen Otter en het toelaten van andere rijders zoals Dylan Hoogerwerf noemt hij nog steeds pijnlijk — hij houdt er meer aan over dan aan zijn eigen valpartijen.

De overstap naar de langebaan is voor Breeuwsma geen loslaten van shorttrack, maar een verbreding. Bij Zaanlander probeert hij het hechte teamgevoel van shorttrack over te brengen naar langebaan en marathonrijden. Hij verzorgt ook materiaal en adviseert schaatsers over tactiek en mentale aspecten; met name zijn klik met Groenewoud en Bergsma wordt geschetst: hij stimuleert open communicatie en plezier als voorwaarde voor presteren. Een vrolijke kantnoot: bij Bergsma’s bronzen 10 kilometer vierde hij letterlijk op het ijs — met een kunstmatje in de nek — omdat hij ziet hoe belangrijk plezier is voor topprestaties.

Buiten de schaatssport heeft Breeuwsma een tweede passie: het boerenleven. Na elk schaatsseizoen stapt hij op de hakselaar van loonbedrijf Lolkema uit Tijnje om gras en maïs te hakselen — een droom die werkelijkheid werd toen het bedrijf hem een machine met zijn naam op de deur gaf. Hij noemt het werk in de zomer hard en intens, bijna topsport: lange dagen met het hele team en weinig tijd voor zijn vrouw Rianne (die zwanger is van hun tweede kind) en dochter Jackie. Toch ervaart hij het boerenwerk als goud: “Dat is ek goud foar my” — een korte, persoonlijke uitspraak uit het interview die zijn trots toont.

Praktische keuzes hebben Breeuwsma gevormd: na de teleurstelling rond Peking nam Jillert Anema contact op om hem op te leiden als trainer/coach en om hem marathons te laten rijden; hij koos vooral voor de coachrol en de bredere ontwikkeling in de langebaanwereld. Hij zegt er bewust voor te kiezen zijn kennis uit te breiden buiten het kleine shorttrackcircuit, en af en toe maakt hij uitstapjes terug naar shorttrack als coach bij junioren‑WK’s of de Winteruniversiade — dat voelt steeds vertrouwd.

Kortom: Breeuwsma is een brugfiguur tussen twee schaatswerelden. Hij blijft verbonden met de shorttracktraditie, draagt die ervaring over naar langebaaners en combineert zijn sportcarrière met een hands‑on boerenbestaan dat hem evenveel voldoening geeft als podiumsuccessen.