Opmerkelijke familievete binnen Kooistra Kleding eindigt bij de rechter: 'Jammer dat je tegenover elkaar staat'

vrijdag, 6 maart 2026 (06:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Bij een zitting in de kantonrechter in Leeuwarden kwam een familieruzie binnen Kooistra Kleding naar buiten: een filiaalleidster uit Dokkum klaagt haar eigen familiebedrijf aan omdat zij naar eigen zeggen nog loon van ongeveer 13.000 euro tegoed heeft. Advocaat Gerard Berghuis voerde de zaak namens de vrouw; tegenpartij wordt bijgestaan door Marjolijn Miltenburg.

Kooistra Kleding is al decennia een familiebedrijf. De eigenaren zijn de broers Jan en Heerko Sienema en hun zus; de moeder van de eisende vrouw is één van die eigenaren en haar direct leidinggevende is haar vader, de zwager van Jan en Heerko. Die verwikkeling maakt de zaak gecompliceerd, aldus Berghuis tijdens de zitting. En passant maakte Miltenburg bekend dat de overblijvende winkels vorige week zijn verkocht aan de Naura Groep — een winkelorganisatie waaronder merken als Van Uffelen Mode vallen. Naura neemt voorraden, huurcontracten en personeel over; de vestiging in Dokkum sluit definitief. De familie exploiteerde ooit 33 zaken, maar sloot de laatste jaren veel filialen vanwege teruglopende omzet en concurrentie van internet; in 2019 sloot Leeuwarden, in november 2025 Emmen en er bleven nog vier vestigingen over.

De werknemer, sinds 2013 in dienst en volgens haar contract goed voor honderd uur per maand, zegt die uren wel te hebben gemaakt maar ze niet altijd te hebben vastgelegd. Pas vorig jaar vroeg de directie om specificatie van de uren. Zij lichtte tijdens de zitting toe dat haar werkzaamheden onregelmatig waren — invallen bij ziekte, klantenafhandeling, inkoop, planning en zelfs Facebook-advertenties — en dat ze soms vanuit huis of haar kraambed werkte. Volgens de Sienema’s wordt juist betoogd dat zij structureel te weinig uren heeft opgegeven; uit de urenregistratie zou blijken dat ze gemiddeld zo’n twintig uur per week noteerde. De broers zeggen dat er een tekort van ongeveer 450 uur is en willen dat verrekenen.

De kantonrechter vroeg scherp naar bewijs: hoe ze kan stellen meer dan honderd uur per maand te hebben gewerkt terwijl haar registratie dat niet ondersteunt. De vrouw kon haar stelling niet overtuigend onderbouwen; Berghuis toonde één voorbeeld waarin cameraplaatsen het beeld van haar aanwezigheid bevestigden. Ook over haar financiële noodzaak betwistte Miltenburg de stelling van de vrouw en wees op andere inkomstenbronnen, zoals verhuurde panden.

De rechter riep de partijen op tot een minnelijke regeling, maar dat overleg leverde niets op. De uitspraak is gepland op 18 maart. De procedure belicht zowel de zakelijke problemen van een krimpende winkelketen als de spanningen die ontstaan wanneer gezinsrelaties en bedrijfseigendom elkaar kruisen.