Op zoek naar echte vrijheid van onderwijs: modernisering van artikel 23 is nodig, zo vindt prof. dr. Erik Borgman

maandag, 15 december 2025 (21:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Erik Borgman, emeritus hoogleraar Publieke Theologie en lid van de wetenschappelijke raad van christelijke scholenkoepel Verus, pleit voor een herlevend begrip van de vrijheid van onderwijs zoals verankerd in artikel 23 van de Nederlandse Grondwet. In een bijdrage die ook verscheen in het winternummer van Christen Democratische Verkenningen (‘De AI‑revolutie’) beschrijft hij dat het huidige stelsel zijn oorspronkelijke doel mist: scholen zijn naar elkaar toegegroeid en missen de pluriforme kracht die bedoeld was om een veelzijdige samenleving mede vorm te geven.

De publieke discussie rond artikel 23 spitst zich vaak toe op de vraag of de staat nog moet betalen voor onderwijs dat discriminerende of verwerpelijke opvattingen doorgeeft. Borgman noemt dat een versimpeling. Historisch gezien ging het bij de schoolstrijd niet alleen om geld en bestuursmacht, maar om de vraag hoe je samenhang creëert in een gespreide, levensbeschouwelijke samenleving: óf door uniformiteit af te dwingen, óf door ruimte te bieden aan diverse visies die zich in pers, politiek en onderwijs konden manifesteren. Artikel 23 is het instrument voor die laatste aanpak: vrijheid zodat verschillende wereldbeelden kunnen bijdragen aan het maatschappelijke gesprek en de toekomst.

Borgman waarschuwt dat de hedendaagse neiging eerst een ideaal van ‘de vrije samenleving’ te ontwerpen en daarna iedereen daaraan te onderwerpen, juist spanningen zaait. Vrijheid is pas echt wanneer mensen buiten de ontwerptafel ruimte krijgen om hun burgerschap op eigen wijze vorm te geven. Vrijheid van onderwijs is daarbij cruciaal: in het verleden leverden verschillende zuilen scholen die jongeren opleidden vanuit een duidelijk mens- en maatschappijbeeld, niet uitsluitend om hun eigen kring in stand te houden, maar om via die jongeren de samenleving te beïnvloeden.

De samenlevingsstructuren van vroeger — collectieve levensbeschouwingen die grote bevolkingsgroepen markeerden — bestaan niet meer. Daarom moet de vrijheid van onderwijs gemoderniseerd en nieuw leven ingeblazen worden. Borgman pleit voor scholen die niet primair instrumenteel zijn (opvoeden tot gehoorzame burgers of louter het verdienvermogen van Nederland waarborgen), maar juist ruimte bieden voor inclusiviteit, creativiteit en experiment. Onderwijs zou leerlingen moeten stimuleren hun talenten en bezwaren te verkennen, bruggen te bouwen en ongebruikelijke ideeën te onderzoeken.

Concreet roept hij scholen op hun vrijheid werkelijk te benutten: leraren moeten leerlingen aanspreken op wat ze kunnen bijdragen, en het onderwijs moet durven afwijken van standaardpaden, ook als dat tegen maatschappelijke druk ingaat. De kernboodschap is dat niet zozeer artikel 23 zelf op de schop hoeft, maar dat het onderwijs zichzelf “een schop onder de kont” moet geven; politici die een vitale, plurale samenleving nastreven, zouden dat proces niet moeten afremmen maar juist stimuleren.