Op welke plekjes móét elke Fries geweest zijn?
In dit artikel:
Wybe Fraanje (journalist bij het Friesch Dagblad) kreeg een boekje over honderd plekken die elke Hagenaar zou moeten kennen en vraagt zich af welke honderd locaties dezelfde rol in Fryslân zouden vervullen: niet de toeristische must-sees, maar plaatsen die de Friese ziel en volksaard mede hebben gevormd. Hij biedt een eerste brainstorm als aanzet voor een mogelijke uitgave en nodigt lezers uit plekken aan te dragen.
De voorbeelden lopen uiteen van landschappelijke en natuurhistorische landmarks tot gebouwen, herinneringsmonumenten en maatschappelijke locaties: de brug in de A6 over het Skarster Rien; het 18e-eeuwse pestbosje bij Wynzerdyk (Oentsjerk); oude bomen zoals de plataan bij het Andreaehûs in Beetsterzwaag, de Poppebeam in Jubbega en de eik in Park Stania State; het Hooglandgemaal in Stavoren met kattenrugpompen; en de Tjaerdt van Aylvapolder, de oudste polder van Fryslân. Culturele en sociale plekken genoemd zijn onder meer Aurora in Heerenveen (woonplaats van Domela Nieuwenhuis), het oude Cambuurstadion, Hepkema’s Bos, de Bonifatiuskapel in Dokkum, de Papegaaienbuurt in Drachten, het Doktershûs in Stiens en de Achmeatoren. Ook herdenkingsplaatsen en maatschappelijke verhalen komen terug: de doopsgezinde vermaning in Sneek (dominee Mesdag en ondergedoken kinderen), het Molkbus-monument in Sumar (melkstaking 1943), het bankje in Zwarte Haan voor Anita Andriesen en Kamp Oranje in Fochteloo (eerste Molukse kamp in Fryslân). Fraanje merkt afzowel humor als heimwee op — zelfs het Haagse boekje bevat een Fries tintje: een pand op het Lange Voorhout gebouwd voor een bestuurder uit Sloten, nu het Escher-museum.