Op de laatste dag van 1945 schreef de krant dat we in 1946 voort moesten, want er was 'ontzaglijk veel te doen'
In dit artikel:
Tijdens de kerstvakantie haalde het Friesch Dagblad een krantenpagina uit het eigen archief naar boven: de editie van 31 december 1945. Die nummer sloot een jaar af dat nog diep in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog stond. Op de voorpagina domineerden berichten over de internationale besprekingen tussen militaire afgevaardigden uit de Verenigde Staten, Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk over de toekomst van Europa, en de vondst van Hitlers politiek testament. Nationaal stonden partijen en vakbonden in de schijnwerpers en keerde minister-president Wim Schermerhorn uit Londen terug na gesprekken over de Indonesische kwestie en de zorgen over Nederlands-Britse betrekkingen en families in gevaar.
De krant toonde voorzichtige hoop op een beter 1946, maar erkende het diepe verlies en de ambivalentie bij veel lezers. Meerdere beschouwingen op de voorpagina riepen op tot dankbaarheid, inzet en wederopbouw: het nieuwe jaar vroeg om arbeid, opbouw en dienstbaarheid, zo vonden directie en redactie. Tegelijkertijd was het gewone leven niet terug: de editie stond vol kleine advertentie-wensen voor het nieuwe jaar van particulieren en bedrijven. Vanwege schaarste werd onderaan de voorpagina vermeld dat het extra papiergebruik voor deze acht pagina’s was toegestaan omdat de krant niet op Nieuwjaarsdag zou verschijnen.