Oonze Pieter Pote was Trump wel halverwege kommen | column Johan Veenstra

zaterdag, 31 januari 2026 (16:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De tekst is een vurig, dialectkleurig loflied op de fictieve Stellingwarver held Pieter Stoevezaand en een snedige aanval op hedendaagse gezagsdragers en schijnheilig publiek. De verteller schildert Pieter als een onverschrokken jongen uit de streek: hij sprak Stellingwarfs, stond zijn mannetje tegen pestkoppen (hij sloeg een rijke Friese boerenzoon van zijn stok) en groeide uit tot een ruw, daadkrachtig leider — volgens het verhaal zelfs directeur-generaal van Ni’j-Nederlaand (het latere New York). Pieter vocht in de Caraïben, raakte gewond door een Spaans kanonschot en kreeg later een houten been met zilveren beslag, waardoor hij de bijnaam Pieter Pote kreeg.

De schrijver gebruikt die overdrijvende levensloop om nostalgisch te verlangen naar directe, harde leiderschapstypen en hekelt tegelijk mensen die telkens meebuigen met de populaire mening. Ter vergelijking worden moderne politici genoemd: Donald Trump als een bullebak die soms de waarheid zegt, en Mark Rutte als een pluizige, onmachtige figuur die niet kan tippen aan Pieters “WIC‑mentaliteit” — een verwijzing naar het ondernemende, soms meedogenloze handels- en koloniale karakter van toen. De toon is schamper, trots op streekidentiteit en kritisch over het gebrek aan ruw realisme bij hedendaagse leiders.