Ook na teleurstellend voorseizoen staat Suzanne Schulting er als het moet. 'Het is best wel een strijd met mezelf geweest'
In dit artikel:
Op tweede kerstdag in Thialf reed Suzanne Schulting onverwacht haar beste 1000 meter van het seizoen en zette daarmee een grote stap richting olympische selectie voor Milaan. Na een moeizaam jaar — een geforceerde overstap van shorttrack naar langebaan vanwege enkelproblemen, gemiste wereldbekerstarts, een pijnlijke val in Hamar en uitgeputte periodes waarin ze licht trainde — leverde Schulting met 1.14,71 een uitstekende rit af. Daarmee eindigde ze net voor teamgenote Chloé Hoogendoorn (1.14,76) en Naomi Verkerk (1.14,74), en staat ze hoog in de selectievolgorde.
Femke Kok was op diezelfde 1000 meter de snelste van het veld met 1.14,08 en pakte daardoor direct een olympisch startbewijs. Door Kok en Verkerk voor haar te laten kwalificeren staat Schulting er goed voor; formeel kan op dit moment alleen de nummer 1 zich direct kwalificeren, maar bij doublures (rijdsters die zich op meerdere afstanden plaatsen) kan extra ruimte vrijkomen zodat ook Schulting naar Milaan kan worden uitgezonden.
Het toernooi kende ook tegenslag: Jutta Leerdam ging in de tweede bocht onderuit en hoopt nu op een aanwijsplaats van de selectiecommissie, omdat ze vindt dat ze wel op de Winterspelen thuishoort. Haar val en enkele valse starts zorgden bovendien voor vertragingen en extra spanning voor de latere rijdsters. Kok gaf aan dat de vertraagde start en de stress haar race beïnvloedden; ze koos bewust voor een veilige rit en was opgelucht dat die toch volstond voor de overwinning.
Voor Schulting was de prestatie vooral psychologisch waardevol: na weken van tegenvallende testwedstrijden en fysieke tegenslag bewees ze dat ze onder toernooispanning haar beste schaatsen kan zetten. Ze noemt de afgelopen periode een strijd met zichzelf, maar deze race leverde haar veel vertrouwen op en maakt haar deelname aan de Olympische Winterspelen een reële mogelijkheid.