Ooit word je beloond voor een goede daad

maandag, 2 maart 2026 (10:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Het Bijbelse gezegde uit Prediker 11:1 — vaak vrij weergegeven als “gooi uw brood op het water; het keert na lange tijd terug” — wordt in de Joodse traditie opgevat als een morele les over de blijvende waarde van goede daden. Volgens de uitleg van de vroegere vertaler Onkelos (ca. 35–120 n.Chr.) betekent het dat liefdadigheid niet verloren gaat: wie zijn brood aan de armen geeft, verliest de daad niet definitief maar ontvangt daar later — zelfs in de toekomstige wereld — de beloning voor.

Rabbijn Jitschaki (Rashi, 1040–1105) verbindt deze wijsheid met het verhaal uit Exodus over Mozes in Midian. Nadat Mozes daar een groep dochters van priester Jetro verdedigt bij de waterput, lijken zij hem slechts kort te kennen; Jetro denkt dat de onbekende “Egyptenaar” wel verdwenen zal zijn. Zoals de Prediker zegt, werkt de uitgestrooide handeling toch terug: diezelfde Mozes wordt later Jetro’s huisgast, trouwt met Zippora (een van de dochters), brengt Jetro ertoe het geloof in de Ene te aanvaarden en integreert diens nakomelingen in het volk Israël. Volgens rabbinische overlevering leveren die nazaten uiteindelijk zelfs leden voor het Sanhedrin, het hoogste religieuze en juridische lichaam.

De auteur koppelt hiermee twee lagen: een theologische verklaring (voorzienigheid en beloning van goede werken) en een historisch-narratieve illustratie (de concrete, onverwachte en verstrekkende gevolgen van Mozes’ hulp aan Jetro’s dochters). De beeldspraak van “brood over water” wordt daarmee zowel spiritueel (de beloning die terugkeert) als historisch concreet (de sociale en religieuze gevolgen die later blijken).

Lody van de Kamp — rabbijn, voormalig politicus en publicist — gebruikt deze interpretaties om te benadrukken dat menselijke goedheid nooit definitief verloren gaat; zij kan in onbekende vormen en over lange tijd vruchten afwerpen, gedreven door goddelijke voorzienigheid en reële maatschappelijke wisselwerkingen.