Ooit lagen er kernbommen op 10 kilometer van de Friese grens. Onder welke paraplu schuilen we straks? | LC commentaar

maandag, 9 maart 2026 (10:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In de jaren tachtig waren grote antikernwapenprotesten in Nederland – op pleinen, bij kazernes en ook bij de basis in Havelte. Tot 1992 lagen er op het Amerikaanse deel van die basis bij Darp rond veertig nucleaire granaten, met een gezamenlijke vernietigingskracht van ongeveer tachtig keer Hiroshima; na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie haalden de Amerikanen die wapens weg. In het zuiden blijven op Vliegbasis Volkel nog steeds Amerikaanse kernbommen aanwezig, een publiek geheim.

Nu steekt de discussie weer de kop op. Vorige week kondigde president Emmanuel Macron aan dat Frankrijk zijn kernarsenaal uitbreidt (de eerste schaalvergroting sinds 1992) en nauwer wil samenwerken met acht Europese bondgenoten — Nederland wordt daarbij expliciet genoemd. Die stap wordt in Den Haag niet onbesproken: het nieuwe coalitieakkoord spreekt zich positief uit over het versterken van een Europese nucleaire afschrikking, en in de Tweede Kamer lijkt er steun om het gesprek met Parijs aan te gaan. Ook andere Europese landen, zoals Duitsland, Polen en Zweden, denken hardop na over versterking van hun strategische mogelijkheden, sommige politici wijzen zelfs op de mogelijkheid van eigen kernwapens.

Als Europa minder kan leunen op de Amerikaanse nucleaire paraplu zullen politieke en juridische dilemmas op tafel komen, onder meer rond het Non-proliferatieverdrag van 1970. De kans dat er opnieuw grootschalige publieke verontwaardiging en protesten ontstaan, zoals in de jaren tachtig, is niet denkbeeldig: de nucleaire kwestie staat weer prominent op de agenda.