Ontslagen, meer WW'ers en een groot personeelstekort: staat de Friese industrie onder druk?
In dit artikel:
De Friese industrie toont een tegenstrijdig beeld: tegelijk stijgen collectieve ontslagen en het aantal industriebanen in de WW, terwijl veel bedrijven klagen over een nijpend personeelstekort en honderden openstaande vacatures. UWV wijst erop dat het probleem niet alleen is dat werkgevers moeilijk nieuw personeel vinden, maar dat ook de vraag naar producten terugloopt — vooral door twee jaar krimp in Duitsland, de belangrijkste afzetmarkt voor Nederland. Voor Friesland geldt dit extra scherp: circa een derde van de provinciale export gaat naar Duitsland, waardoor wisselende Duitse bedrijvigheid direct raakt aan de winstgevendheid van Friese ondernemingen, aldus Ruben de Gries (UWV).
Aanvullende knelpunten zijn gestegen productiekosten door hogere energieprijzen en internationale handelsspanningen (zoals Amerikaanse importheffingen) die de concurrentiepositie en de vraag op buitenlandse markten onder druk zetten. Met name de energie-intensieve metaalindustrie voelt dit: sinds eind 2023 groeit daar het aandeel WW-gerechtigden, en landelijk nemen collectieve ontslagen in de industrie al een paar jaar toe — een ontwikkeling die naar verwachting ook in Friesland zichtbaar is.
Cijfers: in januari van dit jaar ontvingen ruim duizend mensen met een industrieachtergrond een WW-uitkering in Friesland — 65 meer dan een jaar daarvoor en ruim 400 meer dan in januari 2023. De grootste groep WW’ers is ouder dan 55 en vindt moeilijk werk doordat werkgevers juist vraag hebben naar technisch geschoolde functies (monteurs, operators, engineers, kwaliteitsmanagers), terwijl het aanbod vooral bestaat uit medewerkers met routinetaken.
Tegelijk staan eind vorig jaar ongeveer 1.100 vacatures open in de Friese industrie, een sector die zo’n 40.000 mensen telt. Veel van die vacatures zijn niet het gevolg van groei, maar van vervanging door pensionering: circa 5.300 werknemers zijn ouder dan 60 en stoppen binnen enkele jaren. De instroom uit opleidingen is onvoldoende om die uittocht op te vangen, waardoor krapte in technische beroepen verder zal toenemen.
Vakbondsbestuurder Wilma Nieveen schetst een dubbel beeld: orderboeken slinken, maar een grootscheepse reorganisatiegolf is uitgebleven; wel zijn er stille reorganisaties die vooral flexwerkers raken. Sommige bedrijven bieden oudere werknemers vroegpensioenregelingen aan, waarbij vrijgekomen functies niet altijd worden opgevuld. Voorbeelden van faillissementen en bedrijfssamenvoegingen tonen dat indirecte functies (zoals receptie) vaak als eerste verdwijnen.
Toch is het niet overal slecht: volgens Wessel de Vries van ondernemersplatform Ynbusiness doen veel exporterende Friese bedrijven het goed, vinden ze markten en innoveren ze — soms juist door te profiteren van regelgeving en te werken met jonge werknemers en kennisinstellingen. Een derde van het bruto regionaal product van Friesland komt uit export, grotendeels afkomstig van een klein deel (ongeveer 8%) van bedrijven die internationaal sterk presteren.
Kortom: de Friese industrie staat voor een mix van vraaguitval en kostenproblemen, een toenemende vergrijzing en vaardighedenmismatch aan de aanbodzijde, terwijl tegelijk innovatieve en exportgerichte bedrijven kansen blijven benutten. Zonder gerichte inzet op omscholing, aantrekkelijkere loopbanen en het verminderen van afhankelijkheid van flexwerk dreigt de krapte op langere termijn te verergeren.