Ongelukken en Winterspelen gaan hand in hand: van pa Wennemars tot Nicolien Sauerbreij en Sven Kramer
In dit artikel:
Ongelukken en pechmomenten hebben de Nederlandse deelname aan de Winterspelen herhaaldelijk gekleurd. Het artikel schetst een reeks bekende voorbeelden waarin valpartijen, verkeerde materiaalkeuzes, valse starts of tactische fouten Olympische plannen verstoorden — soms voor altijd, soms tijdelijk — maar even vaak ook leidden tot verrassende omzwervingen in iemands loopbaan.
Ard Schenk (Sapporo 1972) begon sterk maar gleed op de 500 meter onderuit; die misstap weerhield hem niet om alsnog meerdere titels te pakken en met drie olympische gouden medailles terug te keren. In Nagano 1998 raakte Erben Wennemars — later vader van Joep — geblesseerd nadat de Noor Grunde Njøs ten val kwam; zijn schouder werd uit de kom geslagen, waardoor hij zich moest terugtrekken en de rest van het toernooi als assistent-coach doorbracht.
Materialen en voorbereiding speelden ook parten: snowboardster Nicolien Sauerbreij zag haar Salt Lake City-debuut (2002) verknald door verkeerde wax, wat haar wedstrijd bijna volledig remde; pas bij haar derde Spelen, in Vancouver 2010, kwam de beloning in de vorm van olympisch goud. Marianne Timmer kende in Turijn (2006) een emotionele achtbaan: na uitschakeling op de 500 meter door twee valse starts herpakte ze zich en won onverwacht de 1000 meter — haar derde olympische titel in totaal.
Schaatstechnische fouten en teamongelukken figureerden ook: in Turijn stapte debutant Sven Kramer in de ploegachtervolging op een blokje, waardoor TeamNL buiten het goud viel; later veroorzaakte een coachadvies in Vancouver (2010) dat Kramer even de verkeerde baan nam op de 10 kilometer, met een felle reactie tot gevolg — Kramer won later alsnog meerdere olympische titels in zijn loopbaan.
Het meest recente voorbeeld is Joep Wennemars tijdens de 25e Winterspelen in Milaan-Cortina: de Chinees Ziwen Lian sneed hem op cruciale momenten de weg af, waardoor een zekende medaille uit zicht verdween. Gelukkig heeft Wennemars nog twee kansen om zich te herstellen: de 500 meter (zaterdag) en de 1500 meter (volgende week donderdag). De voorbeelden tonen een constante: bij de Winterspelen kunnen kleine fouten of pech enorme gevolgen hebben, maar vaak vormen ze ook aanzetten tot nieuwe rollen, leerprocessen of latere triomfen.