Onderwijsraad: geef scholen meer regie op het toetsen en stop met de focus op resultaat
In dit artikel:
De Onderwijsraad roept op tot een grondige herziening van toetsen in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs. Reden is dat nieuwe, breder geformuleerde kerndoelen en eindtermen die vanaf dit jaar geleidelijk ingaan (definitief in 2031) vragen om andere meetinstrumenten. De Tweede Kamer had de raad gevraagd de rol van toetsing te onderzoeken.
De raad signaleert dat toetsen momenteel meerdere rollen tegelijk vervullen: ze moeten leren ondersteunen, leerlingen selecteren en scholen verantwoorden. Die functievermenging zorgt volgens de raad voor ongewenste verstrengeling: toetsuitslagen krijgen te veel gewicht, waardoor onnodige druk ontstaat op leerlingen, leraren en scholen. Daarom adviseert de raad toetsen vooral te gebruiken als leerhulpmiddel (formatief toetsen) en minder vaak meetellen voor het schoolrapport of beslissingen over vervolgonderwijs.
Concrete voorstellen: leraren moeten weer zelf toetsen kunnen samenstellen en scholen dienen een interne toetsingscommissie in te richten die toezicht houdt op kwaliteit en toepassing van toetsen. Voor selectie naar het vervolgonderwijs moet er één aparte, kwaliteitsverbeterde doorstroomtoets komen, losgekoppeld van de reguliere diagnostische en formatieve toetsen.
Belanghebbenden herkennen de problemen. Adelien Buruma (Oarsprong) wijst erop dat huidige doorstroomtoetsen te beperkt kijken — vooral naar rekenen en taal — terwijl scholen veel meer doen. Louise Elffers (voorzitter Onderwijsraad) benadrukt dat toetsing essentieel is maar gericht moet worden ingezet. Claire Boonstra pleit aanvullend voor later selecteren (niet op 11/12 jaar) en voor het loslaten van stigmatiserende termen als ‘hoog-’ en ‘laagopgeleid’.
De aanbevelingen impliceren een verschuiving naar minder summatieve toetsing, meer formatieve instrumenten en een helder gescheiden systeem voor selectie, wat een stelselwijziging in het Nederlandse onderwijs kan inluiden.