Ondanks verbod zijn er 463 geregistreerde polygame huwelijken in Nederland
In dit artikel:
Hoewel bigamie in Nederland strafbaar is, verschijnen jaarlijks nog steeds tientallen polygame huwelijken in de Basisregistratie Personen (BRP). Eind 2025 stonden 463 personen met zo’n huwelijk geregistreerd; in 2025 werden 37 nieuwe gevallen bijgeschreven (77 in 2024). Dit lijkt tegenstrijdig met het Nederlandse verbod op dubbel huwelijk, dat bestraft kan worden met gevangenisstraf of een flinke boete.
De verklaring ligt in de herkomst en de omstandigheden van de huwelijken: de betrokkenen hadden bij het sluiten van het huwelijk geen band met Nederland en bezitten geen Nederlandse nationaliteit. Veel huwelijken stammen uit landen waar polygamie juridisch erkend wordt (bijvoorbeeld Marokko, Egypte en Libië). Volgens het Nederlandse monogamieprincipe wordt een polygaam huwelijk niet erkend als er bij het aangaan een duidelijke relatie met Nederland bestond; ontbreekt die band, dan wordt het huwelijk veelal wél in de BRP opgenomen.
De kwestie kwam al in 2008 in het parlement na een publicatie over registraties in grote steden. Destijds wilde minister Hirsch Ballin erkenning zoveel mogelijk inperken en gaf de Universiteit Utrecht opdracht tot vergelijkend onderzoek. De onderzoekers concludeerden dat het Nederlandse stelsel in internationaal opzicht goed functioneert en dat een totaalverbod op erkenning ongewenst was. Zij wezen bovendien op de beperkte omvang van het fenomeen en dat sommige gevallen tijdelijk van aard zijn (een tweede huwelijk kan later ontbonden worden).
Het dilemma is juridisch en moreel: westerse staten hanteren monogamie en beschermen fundamentele waarden zoals gelijkheid, maar internationale afspraken en mensenrechten (onder meer het recht op respect voor gezins- en privéleven zoals in artikel 8 EVRM) vragen om erkenning van in het buitenland rechtsgeldige huwelijken. Volledige niet-erkenning kan vrouwen en kinderen bij een tweede huwelijk juridisch kwetsbaar maken — zij verliezen dan onderhouds- en erfrechten — en leidt tot zogenaamde “hinkende rechtsverhoudingen” tussen staten.
Op immigratievlak hakt Nederland wel knopen: slechts één echtgenoot van iemand met meerdere huwelijksrelaties komt doorgaans in aanmerking voor verblijfsrecht. Dat geeft regelmatig aanleiding tot procedures; een recent voorbeeld betreft een Jemenitische advocaat die de zaak tot bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft gebracht omdat tweede en derde echtgenoten en hun kinderen geen verblijfsvergunning kregen. Een gunstige uitspraak van het EHRM zou dwingende gevolgen kunnen hebben voor Nederlandse wet- en regelgeving.
Sinds 2015 is de Wet tegengaan huwelijksdwang ingevoerd en zijn erkenningen van polygame huwelijken verder beperkt; ook werd vervolging van in het buitenland gesloten polygaam huwelijk mogelijker voor Nederlanders of vaste bewoners. Een totaalverbod op erkenning kwam er echter niet. Daardoor blijven ambtenaren in bepaalde gevallen polygame huwelijken registreren, zelfs wanneer binnen Nederland het verbod op meerhuwelijk van kracht is.
Tot slot: polygamie (meerdere officiële echtgenoten) verschilt van polyamorie (meerdere partners zonder huwelijksformalisme). Alleen bij huwelijk of geregistreerd partnerschap volgen automatisch wettelijke plichten en rechten; bij polyamoreuze samenlevingen zijn daarvan doorgaans alleen contractuele afspraken via notariële samenlevingscontracten mogelijk. Over het aantal mensen in Nederland dat polyamoreuze relaties heeft, bestaan geen betrouwbare cijfers.