Omgekeerde bewijslast voor Frisia bij schade door zoutwinning
In dit artikel:
Frisia Zout heeft donderdag toegezegd te bewijzen of eventuele schade aan woningen in Harlingen door zoutwinning is veroorzaakt; hiermee wordt het principe van omgekeerde bewijslast ingevoerd, vergelijkbaar met de aanpak bij gaswinningsschade in Groningen. Directeur Bart Hendriks meldde op een informatieavond in Milûk dat de regeling dit jaar uitgewerkt wordt; eerst wordt nog onderzocht onder welke voorwaarden Frisia moet aantonen dat schade níet door winning komt. Daarbij wordt een kritische grens voor scheefstand vastgesteld, omdat schade zich volgens het bedrijf vooral laat relateren aan ongelijkmatige zetting van huizen.
Frisia stelt zelf dat schade onwaarschijnlijk is: de huidige winning gebeurt onder de Waddenzee op meer dan 2,5 km diepte, waarbij ruim 95 procent van de verwachte bodemdaling onder zee zou plaatsvinden. Verwacht wordt dat de bodem langs de Waddenzeedijk maximaal enkele centimeters zakt. Deskundigen van het ministerie en TNO benadrukten dat zoutwinning geen aardbevingen veroorzaakt en dat de kans op schade “uiterst klein” is, maar niet nul — nadere studie moet uitwijzen hoe groot de verwachte zettingen in Harlingen precies zijn.
Inwoners en raadsleden reageerden kritisch: Frisia zegt geen aparte schadepot te reserveren en wees op eerdere onderzoeken naar vermeende schade rond Wijnaldum, waar andere oorzaken werden gevonden. Als onderdeel van Pilot Harlingen komt er een schadeloket; de pilot, waarin de stichting Bescherming Historisch Harlingen, gemeente, provincie en Frisia samenwerken, wil schade aan de meer dan vijfhonderd rijksmonumenten in de stad voorkomen en dient als voorbeeld voor elders in Nederland.