OM eist 15 maanden cel tegen man uit Groningen die rondreed met nep-ambulance tijdens Sneekweek

vrijdag, 20 maart 2026 (21:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Een 22‑jarige man uit Groningen stond vrijdag voor de meervoudige strafkamer in Groningen terecht. Sinds 2022 zou hij zich herhaaldelijk hebben uitgegeven voor hulpverlener en daarbij ook daadwerkelijk ‘hulp’ hebben geboden tijdens onder meer de Sneekweek en een incident in Beijum. Tijdens de zitting bleek daarnaast dat hij documenten en identiteitsbewijzen vervalst zou hebben en spullen — waaronder een AED — had ontvreemd van officiële zorginstanties. In totaal telt het Openbaar Ministerie twintig strafbare feiten tegen hem aan.

Agenten zagen hem meerdere keren met zwaailichten rijden en bij een pechgeval als agent verkleed. Bij een brand in Bedum zou hij in brandweerbroek en -polo zijn verschenen en hebben gezegd dat hij beroepsbrandweerman in Groningen was. Twee keer heeft hij volgens het OM mensen medische hulp verleend: één keer rond de Sneekweek met een ‘ambulance’ en één keer in Beijum, waar hij een diagnose stelde en een formulier meegeef aan het slachtoffer. De politie informeerde later het slachtoffer uit Beijum, die geschrokken was; gelukkig bleek de gegeven hulp de situatie niet te hebben verergerd.

De verdachte weerlegde tijdens de zitting telkens het bewijs: hij voerde aan dat officieren, rechters en politie fouten maakten, dat stukken waren verdwenen of dat gestolen spullen in bruikleen waren gegeven. Volgens het OM lijkt hij over veel zaken te liegen en ziet hij niet in wat zijn gedragingen verkeerd of gevaarlijk maken. Het feit dat hij niet gediplomeerd of kundig is om medische diagnoses te stellen en zich toch als hulpverlener presenteert, ondermijnt volgens de officier het vertrouwen van het publiek en kan gevaarlijke gevolgen hebben.

De officier van justitie eiste na de zitting een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 8 voorwaardelijk en vroeg om een beroepsverbod in de medische sector van vijf jaar. De verdediging bracht naar voren dat haar cliënt een diagnose in het autistische spectrum heeft en stelde dat hij meer hulp nodig heeft dan pure bestraffing; volgens haar is een voorwaardelijke straf zonder beroepsverbod passend omdat hij nog aan het begin van zijn leven staat.

Waarom de man dit alles gedaan zou hebben bleef onduidelijk en dat leidde tot zichtbare frustratie bij de rechtbank. De uitspraak volgt op 17 april.