Olympisch en wereldkampioen Piet Kleine (74) bleef postbode tot aan zijn pensioen: 'De minister heeft me geholpen'
In dit artikel:
Vijftig jaar na zijn grote succes in Innsbruck blijft Piet Kleine centraal staan in lokale herinnering en op videobeelden: op YouTube is de uitbundige huldiging uit Hollandscheveld te zien, waar het dorp en omgeving massaal uitliepen om de pas 24-jarige olympisch en wereldkampioen van 1976 te verwelkomen. Een majorettekorps en de Hoogeveense Harmonie begeleidden zijn intocht; ook lokale verenigingen zoals de jeugdwielerclub en de postduivenvereniging van Dedemsvaart deden mee aan het eerbetoon.
Wat Kleine in 1976 bereikte, was uitzonderlijk: olympisch goud op de 10 kilometer (in een tijd van 14.50,59), zilver op de 5000 meter, de wereldtitel allround en wereldrecords op zowel de 5 als 10 kilometer — prestaties die werden gezien als de opvolging van Ard Schenk en waar zijn Drentse gemeenschap terecht trots op was. De 10 km in Innsbruck speelde zich deels af onder bijzondere omstandigheden: een sneeuwruimende baan en stevige beveiliging, mede ingevoerd na de tragedie van München 1972. Kleine ontving zijn gouden medaille later in het plaatselijke ijshockeystadion, waar ook Dianne de Leeuw Nederland aan een andere podiumplek hielp.
Kleine blikt nog helder terug op die periode: hij noemt 1976 “het beste jaar uit mijn carrière”, maar herinnert zich ook tegenslagen, zoals een rommelige startprocedure op de 1500 meter die hem naar een zesde plaats bracht. Na het succes volgde een moeizame periode: roem, persaandacht en verplichtingen brachten hem uit balans en leidden tot overtraining; dat speelde mee in zijn voorbereiding richting de Winterspelen van 1980, waar Eric Heiden de show stal, maar Piet Kleine wel nog zilver pakte op de 10 kilometer.
Praktische gevolgen van zijn status waren ook zichtbaar: de toenmalige minister Harry van Doorn zorgde dat Kleine een baan als postbode kreeg — een werk dat hij tot zijn pensioen 41 jaar zou blijven doen omdat hij graag buiten werkte. Kleine bleef in Drenthe wonen; hij profileert zichzelf als nuchter en heimweeachtig naar het eenvoudige leven van thuis (hij zegt over zichzelf: “Ik ben een echte Drent”).
De keuze voor schaatsen boven een mogelijke wielerloopbaan legde hij uit met een moreel argument: hij vond schaatsen destijds een eerlijkere sport. Doping speelde in die jaren wel, maar volgens hem was het geen alomtegenwoordige verleiding in zijn directe omgeving. Ook het ontbreken van professionele begeleiding viel hem zwaar: hij had geen manager en regelde veel zelf, iets wat hij nu ziet als een nadeel vergeleken met de hedendaagse gestructureerde begeleiding van topsporters.
Nu, op 74-jarige leeftijd, leeft Kleine rustig in Kerkenveld, fietst hij recreatief op de mountainbike en kijkt hij het schaatsen het liefst vanuit huis op televisie. Hij volgt het moderne circuit en kan genieten van talenten als Jordan Stolz, maar blijft terughoudend over wie straks alles gaat domineren: verrassingen blijven altijd mogelijk, zoals de Franse verrassing met een wereldrecord op de 5 km. Over hoe hij herinnerd wil worden is Kleine onomwonden: het maakt hem niet uit — hij is vooral dankbaar voor wat hij meemaakte en regretteert vooral dat in zijn tijd sporters minder gespecialiseerd en professioneel begeleid werden.