Nog steeds zijn er pijnlijke dierproeven in Nederland. Kunnen we ook zonder?

vrijdag, 24 april 2026 (08:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Alanis, een tien maanden oude beagle die in januari uit een laboratorium naar Friesland kwam, is een van de honden die Stichting Hulp en Herplaatsing Huisdieren (SHHH) opvangt en herplaatst. In het dierenpension nabij Kootstertille wennen zij en andere ex-proefdieren langzaam aan menselijk contact; veel beagles blijken schuchter omdat ze hun hele vroege leven in een onderzoeksomgeving doorbrachten. SHHH, mede opgericht door de 81-jarige Ed Pols, plaatste in 27 jaar ruim 2.600 ex-proefdieren en werkt samen met vijf Nederlandse laboratoria. De stichting heeft nu zo’n 44 honden in gastgezinnen en pensions, en vindt meestal binnen een jaar een nieuw thuis voor binnenkomende dieren.

Ondertussen worden in Nederland nog altijd veel dierproeven uitgevoerd: in 2023 ging het om ruim 400.000 proeven, vooral met muizen, ratten en vissen, ondanks het al sinds 1997 geldende verbod op cosmetische testen op dieren. Deze proeven dienen vooral wetenschappelijk onderzoek naar ziekten, medicijnen en diergezondheid. Dierproefvrij, een belangenorganisatie die zich inzet voor volledige vervanging van dierproeven door dierloze methoden, wijst erop dat veel proeven pijn veroorzaken en pleit voor versnelling van alternatieven. De organisatie werkte samen met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het UMCG aan vervangende modellen: in plaats van genetisch gemodificeerde “plofmuizen” voor levervetonderzoek is een model ontwikkeld met stukjes menselijk leverweefsel op een chip die menselijk weefsel nabootst.

De RUG en het UMCG blijven ook zelf proeven uitvoeren — in 2024 gezamenlijk iets meer dan tienduizend, vooral met knaagdieren voor onderzoek naar aandoeningen zoals hartfalen, diabetes, kanker en neurodegeneratieve ziektebeelden — maar zien een daling door toenemend gebruik van dierproefvrije technieken zoals computermodellen en organoids. Toch benadrukken onderzoekers dat volledige vervanging een grote uitdaging blijft; voor veel onderzoeksvragen is er nog geen volwaardig alternatief.

Bij onderzoek naar dieren zelf, zoals bij vleeskuikenonderzoek in Emmen, blijken vervangende methoden lastiger toe te passen. Er zijn wél mogelijkheden om bijvoorbeeld kippencellen op chips te gebruiken waardoor je niet langer hele dieren nodig hebt, maar ook dat roept ethische vragen op over het gebruik van dieren voor de veehouderij.

Op het niveau van dierenwelzijn zijn er verbeteringen: laboratoria werken nu vaker samen met herplaatsingsorganisaties en passen verzorgingsrichtlijnen aan zodat proefdieren meer sociale interactie en verrijking krijgen, wat hun herplaatsbaarheid vergroot. Ook is de herkomst van proefdieren strikter gecontroleerd; moderne proefdieren worden gefokt en traceerbaar gehouden, in tegenstelling tot vroegere praktijken waarbij dieren van straat werden gehaald. SHHH benadrukt dat geen dier onnodig hoeft te worden geëuthanaseerd als herplaatsing langer duurt — en dat geldt ook voor hondjes als Alanis, die op zoek is naar een liefdevol thuis.