Noait hurd oanriden, mear skampt

woensdag, 6 mei 2026 (21:43) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Als kind fantaseerde Jaap Krol over verkeersongelukken waarin hij als slachtoffer met sirenes in de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht en daarna de hele dag bezoek kreeg. In die verzinsels was er vaak sprake van een kapot stoplicht en een anonieme, onzichtbare veroorzaker; hij beeldde zich ernstige verwondingen in, zoals een scheur in de schedel en een gebroken arm, wat veel aandacht en hulp opleverde.

Die jeugddromen waren wel degelijk geworteld in de werkelijkheid: in de jaren zeventig telde Nederland jaarlijks duizenden verkeersdoden en tienduizenden gewonden. Tegen het einde van dat decennium daalde het aantal slachtoffers al naar rond de tweeduizend; sinds 2004 ligt het aantal doden structureel onder de duizend. Krol ziet het ontbreken van slachtoffers uit zijn directe omgeving de afgelopen dertig jaar als een grote prestatie van verkeersdeskundigen en weggebruikers. Tal van maatregelen — van rotondes en airbags tot snelheidsbeperkingen, valhelmen en gedeelde ruimte — hebben bijgedragen aan die vooruitgang.

Toch waarschuwt hij dat het gevaar is verschoven: vandaag vormt het drukke fietsnetwerk in combinatie met e-bikes onder oudere fietsers, vooral tachtigplussers, een belangrijk risico. Persoonlijk fietst Krol tegenwoordig voorzichtiger — recent maakte hij een rit van negentig kilometer met de handen dicht bij de remmen, stapte bij kruisingen af en volgde de simpele vuistregel links-rechts-links — en merkte hoe de verbeelding van vroeger plaatsmaakt voor bedachtzaamheid op de weg.

Jaap Krol groeide op in Beetstersweach, woont in Groningen en is schrijver.