Nieuwe doodstrafwet in Israël zorgt voor onrust onder Friese Palestijnen: 'Oneerlijk en racistisch'
In dit artikel:
Op 30 maart heeft de Israëlische Knesset een wet aangenomen die de toepassing van de doodstraf door ophanging mogelijk maakt voor personen die worden veroordeeld voor het doden van Israëliërs om zogenoemde ‘nationalistische’ redenen. Volgens de wet moet de straf binnen 90 dagen worden uitgevoerd en bestaat er geen mogelijkheid tot gratie. De VN en mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de maatregel discriminerend is en in strijd met internationaal recht.
In Friesland leeft onder Palestijnse bewoners grote onrust over de gevolgen van die wet voor familie en vrienden in de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Jawad Dababsi (55) uit Leeuwarden, die zelf tot 2007 op de Westelijke Jordaanoever woonde en veel familie daar heeft, zegt diep geschokt te zijn: hij vreest dat onschuldigen getroffen kunnen worden en twijfelt aan de onafhankelijkheid van Israëlische rechtbanken. Volgens hem laat de ruime steun voor de wet in de Knesset zien dat anti‑Palestijnse sentimenten wijdverbreid zijn.
Mohammad Khattab (51) uit Dokkum omschrijft de wet als het “legaliseren van moord onder een juridisch mom”. Hij wijst op jarenlange praktijken als administratieve detentie en zegt dat de maatregel de dagelijkse angst voor invallen, willekeurige arrestaties en onderdrukking vergroot. Voor Khattab staat de wet haaks op het imago van Israël als ‘de enige democratie in het Midden‑Oosten’.
Nibal Chawich (46) uit Britsum noemt de nieuwe regeling “racistisch en onrechtvaardig” en zegt dat zijn vertrouwen in rechtvaardigheid al is beschadigd nadat zijn tienerzoon vorig jaar in Franeker werd aangevallen nadat hij zich als Palestijn identificeerde. Die ervaring — een video van de mishandeling bestaat volgens Chawich — versterkt zijn vrees dat Palestijnen zonder verantwoording kunnen worden getroffen.
Palestijnen in Friesland roepen op tot actie: op 18 april organiseren zij in Leeuwarden een demonstratie naar aanleiding van de Palestijnse Gevangenendag om aandacht te vragen voor de wet en de mogelijke gevolgen.
Voorstanders in Israël, onder wie minister Itamar Ben‑Gvir en rechts‑georiënteerde partijen, presenteren de invoering van de doodstraf als noodzakelijke afschrikking tegen dodelijke aanslagen en een manier om de veiligheid van Israëliërs te versterken. Critici reageren dat, hoewel de wet formeel op iedereen met een ‘terroristisch’ of ‘anti‑Israëlisch gemotiveerde’ moord gericht is, de formulering in de praktijk vrijwel uitsluitend Palestijnen zal treffen, en dat de maatregel dus selectief en discriminerend zal worden toegepast.