Nieuw onderzoek concludeert: temperament bij kinderen is beïnvloedbaar
In dit artikel:
Marijke Huijzer-Engbrenghof (39), pedagoog en gedragswetenschapper uit Leeuwarden, onderzocht hoe opvoeding, temperament en genetische aanleg samenhangen met storend gedrag bij kinderen. Voor haar proefschrift Oorsprong van opstandigheid bestudeerde ze ruim tweeënhalf jaar lang onder meer het opvoedprogramma Incredible Years en volgde 387 gezinnen waarvan de kinderen gemiddeld 6,4 jaar oud waren. Haar belangrijkste conclusie: temperament is minder onveranderlijk dan vaak wordt aangenomen en ouders hebben meer invloed dan gedacht, vooral op de negatieve emotionaliteit van een kind — de mate waarin het heftig reageert op frustratie en stress.
Huijzer-Engbrenghof laat zien dat gerichte interventies niet alleen storend gedrag verminderen, maar ook het temperament zelf kunnen bijsturen. Dat is relevant omdat hoge negatieve emotionaliteit en weinig zelfcontrole verband houden met grotere kans op problemen op latere leeftijd, zoals moeite met werkbehoud, contact met justitie en verslavingsproblemen. Vroeg ingrijpen zou die negatieve ontwikkeling kunnen keren of afzwakken.
Praktische adviezen die uit het onderzoek en het opvoedprogramma voortkomen, richten zich op het veranderen van ouderlijk gedrag in plaats van alleen het corrigeren van het kind. Kernpunten:
- Investeer in een warme, betrokken relatie: sluit aan bij spel, toon emotionele beschikbaarheid en valideer gevoelens in plaats van meteen oplossingen te bieden.
- Zorg voor voorspelbaarheid en duidelijke, positief geformuleerde opdrachten; structureer routines en wees consequent.
- Beloon gewenst gedrag concreet (bijvoorbeeld stickers met kleine beloningen) en geef oprechte complimenten.
- Stel grenzen zonder harde straffen: spreek vooraf logische consequenties af, negeer licht probleemgedrag en voorkom escalaties door kalm te blijven en alleen één keer de regel te herhalen. Herstel en reflectie na conflicten zijn belangrijk.
- Bereid kinderen voor op overstappen of veranderingen (’ijzer smeden als het koud is’) om grotere emotionele uitbarstingen te voorkomen.
Een concreet voorbeeld uit haar onderzoek illustreert het effect: de vijfjarige Femke had vaak driftbuien rond etenstijd. Na deelname van haar moeder aan Incredible Years veranderde de aanpak: de moeder kondigt vriendelijk aan dat er nog vijf minuten gespeeld kan worden, benadert het kind op ooghoogte, wacht rustig en geeft positieve aandacht zodra Femke meewerkt. In plaats van straf kreeg Femke positieve bevestiging en een sticker op een beloningskaart. Daardoor nam zowel het storend gedrag als de negatieve emotionaliteit af.
Huijzer-Engbrenghof benadrukt dat harde, strafgerichte opvoeding het probleem juist kan versterken, en dat meeleven gecombineerd met structuur effectiever is. Ze waarschuwt ook voor terugval: direct na een interventie zijn ouders vaak het meest gemotiveerd en zichtbaar succesvol, maar zonder vasthouding kunnen oude patronen terugkeren. Haar persoonlijke motivatie voor het onderzoek kwam voort uit werk als gezinscoach, waar ze zag dat interventies niet altijd gelijk effect hadden in verschillende huishoudens.
Achtergrond: vroeger wilde ze top-schaatsster worden maar een blessure veranderde haar loopbaan. Ze ontwikkelde zich als trainer, verhuisde naar Noorwegen, en startte later met hbo- en universitaire pedagogiekstudies. In 2021 kreeg ze een promotieplek en recent rondde ze haar proefschrift af. Ze hoopt dat haar bevindingen andere onderzoekers aansporen vervolgonderzoek te doen en dat praktische interventies breder worden ingezet om latere problemen te voorkomen.