Niet wegkijken bij het handelen van de staat Israël | opinie
In dit artikel:
Op Terschelling heeft een predikant zijn lidmaatschap van de Protestantse Kerk in Nederland opgezegd uit gewetensoverwegingen, omdat hij het zwijgen van zijn kerk over het geweld van Israël in Gaza, op de Westbank en in Libanon niet langer kan dragen. Hij wees op praktijken als het uithongeren van Gaza en het bombarderen van ziekenhuizen, scholen en woonwijken als redenen voor zijn ingrijpende beslissing — een stap die voor een predikant meer is dan een formaliteit.
De schrijver van de ingezonden brief legt die stap naast de Nederlandse geschiedenis van wegkijken tijdens de Tweede Wereldoorlog: ook toen waren er mensen die hulp boden, maar ook velen die zich afzijdig hielden uit angst of onwetendheid. Die neiging tot stilte en relativering ziet hij opnieuw, nu bij burgers en bij regeringen die slechts omfloerst reageren op rapporten van hulpverleners en mensenrechtenorganisaties over massale ontheemding en kinderleed.
Belangrijk in zijn betoog is de scheiding tussen kritiek op Israël als staat en antisemitisme; kritiek op staatsoptreden is volgens hem legitiem en noodzakelijk zodra fundamentele mensenrechten worden geschonden. Persoonlijk vertelt hij dat zijn sympathie voor Israël, gevormd in de jaren zestig en zeventig — inclusief een bezoek aan Rishon LeZion in 1971 en een vriendenband met Heerenveen — verdwenen is.
Na minister Sjoerdsma’s recente bezoek aan Gaza en zijn waarschuwingen over een schrijnende situatie pleit de auteur ervoor dat Nederland en Europa meer moeten doen en stoppen met wegkijken.