Niet met de hand, niet tegen de scheen: zo veranderde een balsport voor rouwdouwers in het huidige voetbal
In dit artikel:
In Engeland liggen de wortels van modern voetbal deels in middeleeuwse dorpsgewoonten en deels op victoriaanse kostscholen. Al eeuwenlang bestonden wilde, lokale vormen van het spel — denk aan het nog steeds gespeelde Royal Shrovetide Football in Ashbourne (Derbyshire), waar sinds 1667 op Vastenavond de Down’ards tegen de Up’ards twee dagen lang met minimale regels en veel fysiek verzet om een bal strijden. Dergelijke spelvormen konden gevaarlijk zijn; er zijn middeleeuwse rechtszaken bekend wegens dodelijk geweld bij het Franse soule.
Rond 1800 raakten autoriteiten in Engeland de openbare, vaak chaotische balsporten zat; de Highway Act van 1834 verbood spelen op de openbare weg, waardoor het gewone volksvoetbal grotendeels verdween. Tegelijkertijd vonden de elitekostscholen het spelen van balsporten juist waardevol: hoofdmeesters zagen sport als middel om discipline en weerbaarheid te kweken — het motto was een gezonde geest in een gezond lichaam. Elke kostschool ontwikkelde zijn eigen variant: Eton houdt nog altijd de lastige Eton Wall Game, Rugby en Cheltenham stonden grotere, ruwere spellen toe, terwijl Charterhouse en Westminster meer op voeten- en dribbelspel inzetten.
Die verscheidenheid gaf problemen zodra jongens van verschillende scholen samenkwamen (op universiteiten of later op het werk): welke regels gelden dan? In 1863 stichtten clubs de Football Association (FA) om gemeenschappelijke regels vast te leggen. Een diplomatiek breekpunt kwam toen de FA twee bepalingen wilde schrappen: het met de hand vangen en wegrennen en het hacken (trappen tegen de schenen). Blackheath-voorzitter F.W. Campbell verliet de FA uit onvrede over het verbod op hacken; zijn vertrek markeerde het grote schisma: aan de ene kant ontstond het association football (de bron van het woord “soccer”), aan de andere kant rugby, dat handspel behoudt.
Regelwijzigingen bepaalden verder het spelverloop. De oorspronkelijke buitenspelregels waren streng en leken op rugby; in Sheffield reageerde men liberaler en versoepelde het buitenspel in 1878, waardoor het spel meer ruimte kreeg voor vooruitgeslagen passes. De Schotten brachten vervolgens iets fundamenteels: systematisch passen. Door Britse handel en migratie verspreidde deze versie zich snel wereldwijd. Daardoor verschoof de nadruk van brute kracht en individueel doorzetten naar positiewerk, combinatiespel en creativiteit — vormen van spel waar de vroegere Victoriaanse hoofdmeesters vaak sceptisch tegenover stonden en die Engeland pas langzaam omarmde.