Niet liegen: 60 is gewoon het nieuwe 80 | column Jantien de Boer

vrijdag, 15 mei 2026 (16:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De column beschrijft een reeks korte bezoeken aan de moeder van de vertelster waarin familie-erfenis en vergankelijkheid samenkomen. Tijdens het doorzoeken van de kast passen de broers jasjes van de overleden vader; de vertelster trekt er een aan en voelt zich als het ware even in zijn jas geknipt — een klein, troostend contact met iemand die er niet meer is. Tegelijk merkt ze hoe anders ouder worden zich aandient: zestig voelt niet als “het nieuwe vijftig”, maar eerder alsof de tijd samenkrimpt en gebreken en scheuren zichtbaarder worden.

De moeder overhandigt ook tekenmaterialen waar de vader mee werkte: kleurpotloden, houtskool en fixatief. Met die spullen begint de schrijfster diezelfde avond aan een schets van een oude foto uit 1930, gemaakt in Steenwijk. Het portret toont een grootmoeder die in werkelijkheid in 1952 op 46-jarige leeftijd stierf, maar op de foto nog jong en levendig is. Tijdens het tekenen verandert het beeld van de voorouder — ze krijgt bijna literaire trekken — en de vertelster werkt voorzichtig aan de gelaatstrekken, alsof ze daarmee een stukje familiegeschiedenis rechtzet.

Bij een volgend bezoek vindt ze haar eigen geplisseerde babyjurkje, een souvenir van een tijd waarin zulke kleding gebruikelijk was, en oude damesondergoed met geborduurde initialen dat vermoedelijk van een andere grootmoeder is. Ook staat er een portret van Griet, een zus van de voorouder, gefotografeerd door M. H. Laddé op de Nieuwendijk in Amsterdam; ze was rond de zestien tot achttien op die foto en werd later 63. De schrijfster worstelt met wat ze met deze spullen aan moet — bewaren voor onbepaalde tijd lijkt de uitkomst.

De tekst is een reflectie op erfgoed, rouw en de manieren waarop tastbare voorwerpen verbindingen met overleden familieleden houden. Kleine handelingen — een jas aantrekken, een foto natekenen, een babyjurk vasthouden — fungeren als instrumenten om identiteit en herinnering te bewaren. Tegelijk pruimt de verteller de realiteit dat tijd ouder maakt en dat je keuzes moet maken over wat je bewaart voor de “voorlopige eeuwigheid”.