Nergens voelde Pieter (51) uit Nij Beets zich zo thuis als op zijn Harley, rijdend op Route 66
In dit artikel:
Op zaterdag 23 mei overleed Pieter Hof in het ziekenhuis, na dat in de week ervoor duidelijk werd dat zijn gezondheid ernstig verslechterd was. Familie en vrienden waren geschokt: Pieter had klachten niet gedeeld en artsen vermeed hij; toen medische noodzaak tot een hartoperatie leidde tot complicaties, herstelde hij daar niet van. Achterblijvers worstelen met vragen of zijn dood voorkomen had kunnen worden, zeker omdat men hem herhaaldelijk had gevraagd naar de dokter te gaan — iets wat hij categorisch weigerde, deels uit angst om zijn rijbewijs kwijt te raken.
Pieter groeide op in Nij Beets, als een van de drie zonen van Siebe en Mattie Hof. De familie runde daar een jachtbouw-, scheepsonderhoud- en bootverhuurbedrijf en stond bekend om vakmanschap met roestvrij staal. Na het overlijden van vader Siebe in 2014 nam Pieter verantwoordelijkheid binnen het familiebedrijf, maar zijn hart lag elders: bij Harley-Davidsons, dragracen en de handel in Amerikaanse klassiekers. Motorrijden en sleutelen waren zijn grootste bezigheden.
Een centrale figuur in zijn motorleven was Harm de Roos van Lilypad Speedshop in Gorredijk. Pieter en Harm werden vriendengroepgenoten toen Pieter in 2000 zijn eerste Harley kocht; dat markeerde het begin van jarenlange vriendschap en gezamenlijke trips naar de Verenigde Staten. In 2003 maakte Pieter deel uit van een groep die het honderdjarig bestaan van Harley-Davidson uitbundig vierde, met een lange rit over Route 66 en een samenzijn in Milwaukee. Op die reis viel Pieter op als lone rider: hij trok vaak zijn eigen plan en sprak zelfs van het verlangen om in Amerika te blijven.
Zijn leven was getekend door tegenstrijdigheden. Enerzijds was hij een betrouwbare techneut op het racecircuit — onmisbaar als lasser en hulp bij pechgevallen voor rijders als Herman Jolink en Harry Kempenaar — anderzijds was hij zwak in afronden: hij begon veel projecten, kocht veel spullen en liet weinig los. Thuis in Nij Beets leefde hij rommelig; zijn woning lag vol motoronderdelen en onbestemde spullen, en er zouden vier loodsen op een industrieterrein vol motoren staan. Zijn handelsgeest bracht hem regelmatig terug naar Amerika, waar hij containers met motoren en auto-onderdelen haalde en zelfs probeerde een verblijfsvergunning te bemachtigen — zonder succes.
Pieters persoonlijkheid was opvallend: altijd op klompen, met een wilde baard, eigenzinnig en onomwonden in wat hem interesseerde. Hij zocht gezelligheid bij anderen — vaak in de koffieruimte/honk achterin Harm’s shop, waar hij theezakjes meenam en werd opgenomen in de club. Zijn bijnaam en handelswijze — soms chaotisch, maar loyaal en oplossingsgericht — maakten hem geliefd.
Het afscheid vond plaats in Lilypad Speedshop, waar vrienden en familie samenkwamen; de kist stond op de laadbak van Harm’s oude Ford, er waren thee en hamburgers, en veel herinneringen werden gedeeld. De overwegend vrolijke anekdotes worden nu gemengd met verdriet en onbeantwoorde vragen: had ingrijpen eerder het verloop veranderd? Voor velen blijft Pieter vooral degene die onconventioneel leefde, altijd klaarstond om te helpen, en op zijn eigen, onverzettelijke manier van het leven genoot.