Nederlander moet steeds langer wachten op nieuwe geneesmiddelen tegen kanker

dinsdag, 19 mei 2026 (09:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De toegang tot nieuwe kankergeneesmiddelen in Nederland verslechtert snel: in 2025 is nog maar 41 procent van de geneesmiddelen die in de afgelopen vier jaar in Europa zijn toegelaten beschikbaar voor Nederlandse patiënten, tegenover 80 procent vier jaar geleden. Dat blijkt uit de Patient WAIT Indicator van marktonderzoeker IQVIA in opdracht van EFPIA. De gemiddelde wachttijd voor oncologische middelen steeg in die periode van 270 dagen (2021) naar 525 dagen (2025).

Ook in het bredere geneesmiddelenaanbod gaat Nederland achteruit: 54 procent van nieuwe middelen is hier beschikbaar (was 70% in 2021) en de gemiddelde wachttijd na EMA-goedkeuring bedraagt nu 493 dagen. Hoewel Nederland iets beter presteert dan het Europese gemiddelde (respectievelijk 45% beschikbaarheid en wachttijden van 597 dagen voor alle middelen; 51% en 655 dagen voor oncologie), daalde de positie voor kankermedicijnen naar plek 22.

De vertragingen komen vooral voort uit de nationale stappen na EMA-toelating. Fabrikanten moeten een vergoedingsdossier indienen; dure middelen (meer dan €20 mln per jaar of >€50.000 per patiënt) gaan eerst via de zogenoemde sluis, waar het Zorginstituut beoordeelt op effectiviteit en kosten en vaak prijs onderhandelt. Mark Janssen, voorzitter van het Zorginstituut, benadrukt dat het instituut versnelling nastreeft: “Goede medicijnen willen we snel beschikbaar hebben. Wij werken daar hard aan.” Tegelijk zegt hij dat farmaceuten belangrijke knoppen hebben — sneller aanvragen indienen, volledig bewijs leveren en redelijke prijzen aanbieden — die de grootste tijdwinst kunnen opleveren.

De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) noemt de ontwikkeling zorgwekkend en waarschuwt dat extra nationale eisen het probleem kunnen verergeren. VIG-voorzitter Mark Kramer pleit voor snellere, voorspelbare besluitvorming zodat bewezen effectieve innovaties tijdig bij patiënten komen. Het Zorginstituut werkt met anderen aan een Toekomstbestendig Stelsel Geneesmiddelen dat vanaf 2027 snellere en duidelijkere procedures moet bieden; tegelijk wil het instituut niet 100% beschikbaarheid nastreven voor middelen met weinig toegevoegde waarde tegen hoge kosten.