Nederland telde maar liefst 9000 terpen: veel meer dan gedacht, zegt onderzoeker
In dit artikel:
Onderzoek van Roy van Beek (Wageningen University) laat zien dat in Nederland ongeveer 9.000 terpen zijn aangelegd — veel meer dan tot nu toe werd aangenomen. In een recente Engelstalige publicatie bracht hij het gehele Nederlandse landschap in kaart en concludeert dat het bouwen van woonheuveltjes geen noordelijk verschijnsel is, maar door het hele land voorkwam.
Terpen (mensgemaakte woonheuvels of huispodia) zijn aangetroffen langs de gehele Noordzeekust tot in België, maar opvallend veel ook in riviergebieden zoals de Betuwe, langs de IJssel en zuidelijker langs Maas en Rijn. Verder blijken er talrijke terpjes in veengebieden te liggen. Dit wijst erop dat bewoners van duizenden jaren geleden doelbewust kozen voor bewoning in natte landschappen en hun huizen tegen overstromingen en bodemdaling verhieven.
Het merendeel van de circa 9.000 terpen betreft kleine huisheuvels die vaak meermalen zijn opgehoogd of aangepast; veel daarvan worden nog steeds bewoond. Grotere dorpsterpen en wierden komen vooral voor in Friesland en Groningen — Hegebeintum is daar het bekendste voorbeeld en geldt als hoogste terp. Dorpsterpen konden ontstaan door aaneenbouwen van oudere huispodia, zoals in Ferwert, en vormden de basis voor steden als Leeuwarden.
Een exact totaal blijft onzeker: veel terpjes liggen nog verborgen onder weiden, vooral in Friese veenweidegebieden, en worden alleen bij graafwerk zichtbaar. Een groot deel dateert uit de ijzertijd of Romeinse tijd en is later door overstromingen met zeeklei bedekt; ook middeleeuwse veenterpjes zijn soms onzichtbaar geraakt. Friese onderzoeker Marco Bakker droeg recent met zijn promotieonderzoek bij aan deze verdieping van de bewoningsgeschiedenis.