Na zes eerdere bewoners moet de wieg worden opgefrist | column Wim Beekman
In dit artikel:
Onze auteur, opa van bij het zevende kleinkind, beschrijft het herstel van de familiewieg — de “doorgeefwieg” waarin generaties van zijn gezin hebben gelegen. Na zes eerdere gebruikers moest de witte bekleding vernieuwd worden; zijn vrouw waste en streek de stof, en hij nam de taak op zich om die opnieuw in te zetten. De wieg is een rieten/rotan exemplaar van ruim zeventig jaar dat van vader op zoon is doorgegeven; zelfs een sigarenblikje met oude stoffeernagels herinnert aan het eerdere herstelwerk van zijn vader.
Tijdens het herstellen ontdekte hij dat een van de poten met een droge knak afbrak: houtworm had gangen door het hout gevreten, en ook de andere poten waren aangetast. Die ontdekkingen ondermijnden even zijn gevoel van tijdloze continuïteit en brachten hem tot bespiegelingen over vergankelijkheid — opgeroepen door een herinnering aan een vergelijking van een vader met een stukje scheepstouw en door ideeën van filosoof Roger Scruton over onze beperkte plaats in het geheel.
Praktisch opgelost vroeg hij een bevriende timmerman om hulp. Die maakte nieuwe pootjes van beukenhout, het onderstel werd vernieuwd en de rest van het hout tegen houtworm behandeld. De wieg is daarmee weer klaar om een nieuw familielid te ontvangen. De schrijver eindigt nuchter: het illusoire gevoel van eeuwigheid is weg, maar de dankbaarheid voor de timmerman blijft — een blijvende, zij het bescheiden, emotie.
Kort extra context: houtworm kan oudere houten meubels ernstig beschadigen, maar met behandeling en vervanging van delen zijn erfstukken vaak nog generaties bruikbaar.