Na ruim tachtig jaar ligt het NSB-verleden van Franeker nog steeds gevoelig
In dit artikel:
Museum Martena in Franeker hield donderdag een verhalenavond rond de donkere, weinig besproken bladzijden uit de lokale oorlogsgeschiedenis: de relatief grote aanhang van de NSB in de stad en de ingewikkelde mix van collaboratie, overleven en verzet. De Schilderijenzaal trok ongeveer vijftig bezoekers — meer hadden er graag willen komen — wat volgens organisatoren liet zien dat het thema "verboden oorlogsverhalen" gevoelig maar relevant blijft.
Aan de hand van zes korte bijdragen probeerde oud-archivaris Jack de Vries, samen met een anonieme spreker, het taboe voorzichtig te doorbreken. De Vries plaatst Franeker in perspectief: in eerdere tellingen worden tussen enkele honderden NSB-leden genoemd in een stad met enkele duizenden volwassenen. Waarom juist Franeker relatief veel NSB-aanhangers telde, is nog niet sluitend verklaard en vraagt meer onderzoek, zo klonk het uit de zaal.
De verhalen belichtten meerdere lagen. Politieke topposities gingen tijdens de bezetting over naar NSB’ers — twee burgemeesters en leidinggevenden van fabrieken waren aangesloten — maar ook lokale machtsstructuren en economische afhankelijkheid speelden mee. Het begrip "brood-NSB’er" viel: mensen die uit noodzaak lid werden om baan of inkomen te behouden, zonder dat dat per se hun ideologie weerspiegelde.
De Vries baseerde veel van zijn presentatie op gedigitaliseerde documenten van de Vereniging Friesland 1940–1945 en met name een onderzoeksrapport uit 1946 van rechercheur Willem de Zeeuw. Dat dossier schetst hoe Duitse invloed al vóór 1940 in delen van Nederland doordrong. Centraal stond de Duitser Heinrich Johann Wilhelm Bock, die als bedrijfsleider in Franeker actief was en volgens de archieven het middelpunt van een verdachte groep vormde. Getuigen beschreven hoe wegen en kruisingen werden in kaart gebracht; die kennis zou Duitse troepen bij de opmars hebben geholpen. Na de oorlog belandden enkele betrokkenen in interneringskampen.
Tegelijk kwam het lokale verzet aan bod: namen als Jelke Zondervan, banketbakker Cornelis Spaanderman, Johannes Reehoorn en Paulus Keyzer werden genoemd, vaak met de opmerking hoe bescheiden zij waren over hun daden. De centrale boodschap van De Vries was dat de geschiedenis niet simpel in helden en schurken valt op te delen en dat het navertellen van zulke lokale verhalen helpt te begrijpen hoe fragiel vrijheid kan zijn. Hij koppelde die les expliciet aan hedendaagse bedreigingen voor democratie en waarschuwde dat herinneren ook waakzaam blijven betekent.