Na driekwart eeuw neemt Wally Hoekstra-Westerhuis uit Minnertsga afscheid als organist
In dit artikel:
Wally Hoekstra‑Westerhuis, bijna 88, neemt na 75 jaar afscheid als organist van de protestantse Meinardskerk in Minnertsga. Zondag is de officiële afscheidsdienst. Haar langdurige verbondenheid met de kerk begon in 1951, toen ze inzprong omdat er door ziekte te weinig organisten waren; sindsdien begeleidde ze jeugdactiviteiten, erediensten en andere bijeenkomsten met hetzelfde Robustelly‑orgel dat sinds 1955 in de kerk staat.
Het instrument zelf is een blikvanger: een klassiek orgel uit 1785, gebouwd door Guillaume Robustelly in Luik en tussen 1987 en 2001 gerestaureerd. Hoekstra‑Westerhuis speelt met een energieke, up‑tempo stijl en zegt de pedalen vaak op blote voeten te bedienen om het instrument beter te voelen. Ze is grotendeels autodidact — haar vader, ook organist, overleed toen zij elf was en haar moeder zette haar op het pad van het orgel — en heeft ondanks een druk gezin met vier kinderen elke avond geoefend.
Door de decennia zag ze de kerk veranderen: de wederopbouw na de brand van 1947, afnemende kerkgang en veranderende muzieksmaken. Zelf houdt ze van traditionele, rijke gezangen (met repertoire van onder anderen Johannes de Heer) en heeft minder met moderne bandmuziek. Het contact met de gemeente en de gedeelde momenten tijdens de eredienst zal ze het meest missen; ze zat vaak al om acht uur ’s ochtends achter het klavier en was vaak als laatste weg.
Hoewel ze altijd met plezier heeft gespeeld en nooit gedwongen zat achter het orgel, is haar besluit om te stoppen weloverwogen. De kerk zoekt inmiddels naar een opvolger, maar een definitief afscheid van het instrument sluit Hoekstra‑Westerhuis niet uit: ze behoudt een sleutel en zegt af en toe nog te kunnen bijspringen. Haar man Hylke genoot jarenlang van haar spel; nu zal hij het voor een deel alleen moeten doen.